advertentie
logo
advertentie
Een week om te herinneren

VINCENT DE ROECK - 23 NOVEMBER 2009


Opdat we hen nooit zullen vergeten.

Vorige week was er één van herinnering, met o.a. de jaarlijkse herdenking van Reichskristallnacht die dit jaar echter de duimen moest leggen voor de alom gevierde en overal geteleviseerde herdenking van de val van de Berlijnse Muur, en ook deze week gaat het verder. Twintig jaar geleden werd in Praag immers de aanzet gegeven tot de fluwelen revolutie die een einde maakte aan het communistische bewind in Tsjechoslowakije. Natuurlijk kunnen Eurofederalisten dit soort historische verjaardagen niet onopgemerkt voorbij laten gaan zonder het eerst voor hun eigen zaak te recupereren. 


De stad Elsene en de Europese Unie hebben kosten noch moeite gespaard om Brussel en de EU in de verf te zetten als de positieve gevolgen van de Europese éénmaking en de opening naar het Oostblok na 1989. Op de Place de Luxembourg werd een levensgrote kopie van "Checkpoint Charlie" nagebouwd en op de trappen van het Europees Parlement vormden authentieke stukken van de Berlijnse Muur een erehaag. Vorige week vonden er dagelijks ook - zwaar gesubsidieerde - activiteiten plaats op en rond deze gedenktekens. Onze "Jef", de "Jonge Europese Federalisten", de Sturmabteilung van Herman Van Rompuy en consorten, haalden maandag symbolisch een muur neer in Brussel om hun eis voor "méér integratie" kracht bij te zetten. Of zij überhaupt wel weten welke kant twintig jaar geleden gewonnen heeft, is mij tot op heden niet zo duidelijk. De Sovjet-Unie, de voorloper van de EUSSR die onze "Jef" zo verheerlijken, verloor haar strijd tegen decentralisatie, vrijheid, democratie en kapitalisme.

De Tsjechoslowaakse oud-president Vaclav Havel, horresco referens, mocht vorige week woensdag zelfs een exclusieve fototentoonstelling in het Europees Parlement komen inhuldigen, die dus enkel maar bekeken zal kunnen worden door het legioen Eurocraten en haar handlangers zelf... Als welgemeende fuck you naar de gewone Europeaan kan dat natuurlijk tellen, maar toch was er geen kat die er vorige week naar kraaide. Dat soort praktijken is in Brussel immers al lang schering en inslag. De gewone burger is in de spleetogen van de EU-Mandarijnen enkel maar nuttig als hij tevredenheid neemt met een ontzegd referendum, een genegeerd stemresultaat of meer EU-integratie, heimelijk via achterpoorten of gewoon en plein public, of als de burger weer maar eens met zijn zuur verdiende centen mag opdraaien voor alweer één of ander megalomaan Europees egoproject.



Tijdens het weekend vorige week was ik in Knokke om er de jaarlijkse bevrijdingsfeesten bij te wonen. Knokke werd in november 1944 als allerlaatste stukje bezet België door de geallieerden bevrijd. Die eer kwam de Canadezen toe, en 65 jaar na datum staat Knokke nog steeds één weekend per jaar integraal in het teken van Canada. Als je dan langs de Lippenslaan wandelt, waan je je even aan de andere kant van de Pond, want naast alle vlaggemasten van de stad wapperen er ook Maple Leaf-vlaggen aan zowat alle privé-gebouwen. In West-Vlaanderen, zelfs in de meer mondaine badsteden, wordt de bevrijding volgens mij toch net iets serieuzer herdacht dan in het Vlaamse binnenland. Naast tal van wandelingen en de traditionele parade van historisch militair materieel werd er dit jaar ook een extra plechtigheid voorzien op het Verweeplein waar enkele overgebleven Canadese oud-strijders, die nog zelf deelgenomen hadden aan de bevrijding van Knokke, door burgemeester Lippens gelauwerd en onderscheiden werden. Het was een pakkend moment, en ook al zal het vele lezers van deze blog waarschijnlijk niets zeggen, ik krijg hier steeds kippenvel van.



Op woensdag 11 november laatstleden kon ik dan ook niet anders dan 's ochtends in alle vroegte met een collega van mij naar Ieper rijden om er deel te nemen aan de herdenkingsplechtigheden van de Eerste Wereldoorlog. Na een serene eucharistie waar kernwaarden als "vrijheid" en "vrede" centraal stonden, werd in een stoet (de "Poppy Parade") van de Sint-Maartenskathedraal naar de Menenpoort gewandeld. Duizenden mensen stonden de bonte stoet van hoogwaardigheidsbekleders, oud-strijders, vlaggeniers, muziekanten en defilerende militairen uit binnen- en buitenland op de Grote Markt en aan het Graf van de Onbekende Soldaat op te wachten. Als vertegenwoordigers van de Tory-delegatie in het Europees Parlement kregen mijn collega en ikzelf een plaats in de stoet en mochten we de herdenking van binnenin de Menenpoort volgen. Minister van Buitenlandse Zaken Yves Leterme en Vlaams Vice-Minister-President Geert Bourgeois waren er, net als gouverneur Breyne, kamerlid Sabine Lahaye-Battheu en de ambassadeurs van alle geallieerde landen.

De plechtigheid werd voorgegaan door bisschop Vangheluwe van Brugge, bijgestaan door een anglicaanse, een protestantse en een katholieke priester. Ook gezanten van "The Last Post Society" en het "Royal British Legion", de organisatoren van de herdenking, mochten de menigte toespreken. Hun speeches gaven steevast blijk van een oneindig respect voor de gevallenen en een oprecht gevoel van dankbaarheid voor hun offer. Want net iets te vaak vergeten mensen doorgaans dat we de vrijheid die we vandaag de dag genieten in wezen te danken hebben aan onbekende personen die er ooit hun leven voor gegeven hebben. In dat kader raad ik jullie ook deze blogpost van een Canadese vriendin van mij aan. In een ver verleden heb ik aan de humaniora ook ooit eens een eigen oorlogsgedicht opgedragen "aan de Canadese soldaten die niet eens wisten dat er tussen Frankrijk en Duitsland een lap grond lag, België genaamd, maar wel hun leven hebben gegeven om dat te bevrijden." 


Laat ons dat alstublieft nooit vergeten. En de meest adequate manier om de gevallenen te herdenken volgens mij is door elke etatistische bedreiging, zowel intern als extern, en zowel ter linker- als ter rechterzijde, met alle mogelijke middelen te blijven bestrijden, zodat zij niet vergeefs gestorven zijn. De ingetogen "Last Post" en de door merg en been snijdende doedelzakmuziek van vorige week in Ieper mogen in de ogen van velen dan al wel als niet-authentiek, toeristisch of overdreven dramatisch beschimpt worden, toch kan ik uit mijn eigen ervaring alleen maar zeggen dat de symboliek van het gedicht "In Flanders Fields" van John McRae, dat zijn naam ook aan één van mijn blogs gegeven heeft, veel meer is dan pure commercie of overdreven sentimentaliteit. Als je op de westzijde van de Menenpoort de klaprozentuin aanschouwt, of aan het einde van de ceremonie tienduizenden klaprozen vanop de Menenpoort naar beneden ziet fladderen, en beseft dat elk onooglijk papieren bloempje een leven belichaamt, een grafloze gesneuvelde, daar word je stil van.

Ik woon al bijna 25 jaar onafgebroken op de Elisabethlaan in Berchem, de straat die het Oorlogsmonument en het Vuurkruisen-kerkhof met elkaar verbindt, en elk jaar gaat er op 11 november ook daar een herdenkingsstoet voorbij, zijn er speeches en worden er bloemen neergelegd aan de Berchemse gedenktekens, maar nog nooit had ik eenzelfde ervaring als vorige week in Ieper. Daar kwam het gedicht "In Flanders Fields" en de gedachten daarachter het beste tot uiting. Opdat we hen nooit zullen vergeten. Take up our quarrel with the foe. To you from failing hands we throw, the torch; be yours to hold it high. If ye break faith with us who die, we shall not sleep, though poppies grow in Flanders fields.


Vincent De Roeck is beheerder van Libertarian.be en voorzitter van de Mises Youth Club. Meer teksten van hem op zijn blog.