advertentie
logo
advertentie
Prof. dr. Bob de Graaff: terrorisme als kunstwerk en prietpraat als wetenschap

GER STRUIK - 03 NOVEMBER 2009


Prof. dr. Bob de Graaff, medeauteur van het rapport over het extremisme van Wilders, blijkt een geleerde van uitzonderlijke begaafdheid te zijn.

Weinigen beseffen hoe bevoorrecht wij hier te lande zijn met een dagblad als de Volkskrant. Want laat er geen misverstand over bestaan, zonder Volkskrant was dit land al lang aan het barbarendom van het rechts-extremisme ten prooi gevallen. Wat een moed heeft deze krant ook nu weer opgebracht om te citeren uit een nog niet gepubliceerd rapport en dat te doen onder de kop “Geert Wilders ondermijnt de democratie”. En daar laat de krant het niet bij, het stelt ook – alsof het allemaal geen geld kost – nog snel even een eigen onderzoek in:

“Explosief is vooral dat Wilders volgens de wetenschappers de sociale cohesie en democratie ondermijnt. Ergo: hij vormt een gevaar voor de staatsveiligheid. Daarmee benoemen de onderzoekers wat velen binnen overheidsinstanties vinden, maar wat niemand in het openbaar durft te uiten, zo blijkt uit een rondgang van de Volkskrant. De vrees bestaat dat Wilders hieruit politieke munt slaat door te stellen dat de autoriteiten hem monddood willen maken.”

Een “rondgang” van de Volkskrant, dat is synoniem met representativiteit. Geen andere krant heeft een redactie die ideologisch zo onbevooroordeeld is. Hoe terecht ook prijst de Volkskrant de onderzoekers die benoemen wat niemand in dit land in het openbaar durft te uiten. Want zover zijn we in dit land al afgegleden, niemand durft nog kritiek te hebben op Geert Wilders. Zelfs onverschrokken politici als Pechtold en Van der Laan zul je nimmer een kwaad woord over Wilders horen zeggen. Ze zouden het wel willen, maar ze durven het eenvoudig niet.

En dan is daar ineens de Trojka van de Waardevrije Wetenschap: drs. Hans Moors, dr. Jaap van Donselaar en prof. dr. Bob de Graaff. De doctorandus, de doctor en de professor doctor, de drie stadia van academische rijpheid, eendrachtig samenwerkend in de strijd tegen het kwaad dat Wilders heet. Onze onvolprezen Carel Brendel heeft al uitvoerig de loftrompet gestoken over Jaap van Donselaar. Wellicht wat aanmatigend van mij, maar ik zie het als mijn plicht om het op eenzame hoogte opererend intellect van professor De Graaff bij een breder publiek te introduceren.

Professor De Graaff (1955) is van huis uit historicus en was als zodanig onder meer werkzaam bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Sedert 1 februari 2007 is hij de eerste Nederlandse hoogleraar terrorisme en contraterrorisme en hij bekleedt dat ambt aan de universiteit van Leiden. De leerstoel terrorisme en contraterrorisme is ingesteld op verzoek van de toenmalige Nationaal Coördinator Terrorisme Bestrijding, Tjibbe Joustra, en de leerstoel wordt ook vanuit die hoek gesponsord. En om zijn wetenschappelijke onafhankelijkheid nog eens extra te onderstrepen, ontplooit professor De Graaff zijn wetenschappelijke activiteiten niet in Leiden zelf, maar aan de Lange Houtstraat in Den Haag, een locatie op steenworp afstand van het Binnenhof en de Tweede Kamer.

Wie mocht verwachten dat de nieuwbakken hoogleraar zijn eveneens nieuwbakken vakgebied fluks met enkele kloeke publicaties in kaart zou brengen, die moet ik helaas helaas teleurstellen. Afgezien van zijn oratie, moeten wij het hier doen met een rede van 27 bladzijden, getiteld “Flying in the air. Terrorisme als kunst”. Het is wat mager, 27 bladzijden in bijna drie jaar, maar het wetenschappelijk geweld dat onze hooggeleerde in die paar bladzijden ontketent, maakt veel goed.

Terrorisme als kunstwerk, dat verband is natuurlijk al wel eens eerder gelegd. Ook de niet wetenschappelijk geschoolden onder ons beseffen dat er wat ongemakkelijke parallellen zijn te trekken tussen bijvoorbeeld rampenfilms en de beelden van 9/11. Echter, de wetenschappelijke diepgang die onze hooggeleerde aan de relatie tussen kunst en terrorisme weet te geven, is zonder weerga. Na amper twee alinea’s is het al raak:

Ik beweer hier dat sommige terroristen een plaats zoeken in de geschiedenis, in het centrale narratief. (blz. 2)

Niks geen slagen om de arm, hier is een wetenschapper die meteen zijn voeten stevig durft neer te zetten. En dat is pas de opmaat. Nog geen bladzijde verder houdt professor De Graaff ons voor dat terroristen:

“... op zoek zijn naar een publiek en naar representatie, met behulp van de media, want de essentie van terrorisme is dat het een effect heeft dat een veel bredere publieke werking heeft dan de directe slachtoffers van een aanslag. Zonder media geen terrorisme. (...) Sommige terroristen zijn op zoek naar hun “fifteen minutes of fame” en, als het mag, nog een ietsje meer.” (blz. 3)

Ik denk zelf wel eens na over  het verschijnsel terrorisme en ik heb ook wel eens een boek over dat onderwerp gelezen, maar de messcherpe inzichten die onze hooggeleerde hier als pepernoten om zich heenstrooit, zijn toch geheel nieuw voor mij. Terroristen die de media bespelen, daar sta ik toch echt van te kijken. Het genadeloos kunnen blootleggen van dit soort verbanden is alleen voor intellectuele krachtpatsers als professor De Graaff weggelegd. En dan nu het eigenlijke thema van zijn rede: de relatie tussen terrorisme en kunst:

“Creatie is niet mogelijk zonder destructie. Elk streven naar volmaaktheid vernietigt. (...) Zo kenmerkt goed schrijverschap zich door schrappen. De beeldhouwer verminkt het materiaal waaruit hij schept.”(blz. 5)

Professor De Graaff slaat hier resoluut nieuwe wetenschappelijke wegen in. De Pieta van Michelangelo en de uiteengereten lichamen na een zelfmoordaanslag, het zijn loten van dezelfde stam. Geen kunstwerk zonder vernietiging van materiaal. En hij pakt meteen door:

“Ook de tegenstelling die men wel tegenkomt tussen literatuur als gericht op woorden en terrorisme als gericht op daden is een idealisering. Terroristisch geweld is een manier van communiceren en kan niet bestaan zonder woorden. Terroristen schrijven communiqués waarin ze hun daden rechtvaardigen of aankondigen.” (blz. 6)

Mohammed B. als literator, ja, echte wetenschap is niet voor bange mensen. Gelukkig probeert professor De Graaff het wetenschappelijke hoofd koel te houden.

“Toch is er hoop voor de kunst, omdat uiteindelijk kunstenaars misschien (sic) fantasievoller zullen blijken dan met dodelijke saaiheid herhaalde bomaanslagen. (...) Gewenning is dodelijk voor terroristen. (...) Anders dan “terrorism as usual” lijkt “art as usual” me wèl een contradictio in terminis. Goede kunst zal altijd blijven staan voor veelvormigheid en ambiguïteit. In die zin (sic) is terrorisme dus inderdaad niet met kunst gelijk te stellen.” (blz. 23)

Tot een stellige uitspraak laat deze verder zo moedige wetenschapper zich niet verleiden, maar er gloort dus nog hoop. Misschien zijn terrorisme en kunst toch niet in alle opzichten gelijk.

Aan het eind van zijn rede heeft professor De Graaff nog een wijze les voor ons in petto:

“Dat werpt de vraag op of de relatief beschermde westerse consumptie-maatschappij niet als het ware terrorisme uitlokt. Een maatschappij waarin de grootste uitdaging in het leven lijkt het tot vervelens toe immer mehr konsumieren (sic), loop het risico van politiek geweld van gemarginaliseerden, in de vorm van terrorisme.”(...) Overheid en burgers moeten incalculeren dat een bepaalde maatschappijvorm en –beleving een risico met zich meebrengt. (blz. 26)

En zo is het maar net. New York, Madrid, Londen en de Linnaeusstraat in Amsterdam, eigen schuld dikke bult. En wil je dat soort toestanden niet, dan is er altijd nog die wijze raad van professor Hans Jansen: “Capituleren is ook een optie”*.

Het moge duidelijk zijn, professor Bob de Graaff is niet alleen een sieraad voor onze universitaire wereld, hij is er ook in een luttel aantal jaren geslaagd om de terrorismebestrijding hier te lande van een hechte wetenschappelijke basis te voorzien. Terroristen zijn eigenlijk kunstenaars en de bestrijding van terroristen is bovendien symptoombestrijding. De bron van het kwaad ligt nu eenmaal elders en wel bij Wilders. Als professor De Graaff dan ook stelt dat Wilders een rechtse extremist is en een gevaar voor de democratie, dan kunt u er staat op maken: dat oordeel staat, wetenschappelijk gezien, als een huis. Daar is echt geen ruimte meer voor enige twijfel.

En het komende proces tegen Wilders? Dat is dankzij de wetenschappelijke arbeid van Professor De Graaff c.s. inmiddels vrijwel een gelopen race. Waardevrije wetenschap en onafhankelijke rechtspraak nemen de politiek al met al een hoop vuil werk uit handen en zo hoort het ook in een zichzelf respecterende democratische rechtsstaat.


*Hans Jansen deed die wel vaker aangehaalde uitspraak in NOVA, ten tijde van alle emotie over de film Fitna. Het was natuurlijk ironisch bedoeld.


Reageren kan op het Pim Fortuyn Forum