A Common Word?
JAAP - 01 SEPTEMBER 2009In oktober 2007 schreven 138 moslimgeleerden een open brief aan paus, bisschoppen en de protestantse raden van kerken. Gevat onder de noemer ‘a common word’ wordt opgeroepen tot vrede tussen christenen en moslims met als argument: we hebben in God’s woord een gemeenschappelijke basis. Een groep Nederlandse protestanten maakte zich bij voorbaat ongerust over het officiële antwoord en schreef onlangs een kritische brief aan de Synode. Print dit - of mail het Het moet de gemiddelde protestant ook vreemd in de oren klinken dat er na vijf eeuwen van interne haarkloverijen plots een gemeenschappelijke basis met nota bene de islam zou blijken te bestaan. Maar Spakenburg hoeft zich niet ongerust te maken. Wars van alle gangbare politieke correctheid wensen de opstellers namelijk vast te houden aan de eigen theologische uitgangspunten. Bovendien is men nog niet heel enthousiast over de combinatie islam & maatschappij. Het moge duidelijk zijn dat de mannenbroeders de verleidingen van de multiculturele oecumene voorlopig aan zich voorbij laten gaan. Voor hen geen 'common word', en als het even kan ook geen common ground.
En dat maakt de brief zo interessant. Want waar christelijke politici zich uitputten in het benoemen van al dan niet bestaande overeenkomsten, daar verzuimen de opstellers van deze repliek niet om ook de verschillen luid en duidelijk voor het voetlicht te brengen. En dat werkt verfrissend. Na initiatieven als ‘samen soep koken uit je eigen land’ van gristen-boegbeeld Doekle Terpstra, wordt hier een heel wat realistischer beeld geschetst. De aanpak is beleefd, klinisch en eerlijk; er zijn verschillen en wij vinden dat die verschillen niet onder het tapijt geveegd kunnen worden, ook niet omwille van de lieve vrede; wij staan pal voor onze waarden.
Vreemd genoeg is deze open brief niet overgenomen door Neêrlands open-brievenplatform bij uitstek, de NRC. Kennelijk klinkt de stem van twee miljoen protestanten toch minder luid dan die van één verongelijkte theoloog. Misschien ook is het PR-bureau van de joods-christelijke cultuur wat timide in vergelijking met de concurrentie, wie zal het zeggen. Anyway, de brief.
Om te beginnen vragen de opstellers zich af “welke concrete stappen er in de islamitische wereld worden genomen om het recht op daadwerkelijke godsdienstvrijheid te garanderen voor christenen en andere niet-moslims die in islamitische landen leven”? Goeie vraag.
Het is een vraag die iedere Europese Minister van Buitenlandse Zaken zou moeten stellen omdat de positie van niet-moslims in moslimlanden de laatste jaren overal ter wereld is verslechterd. Niet alleen in islamitische dictaturen moeten christenen hun geloof in het geniep belijden, ook in veelbezochte vakantielanden als Turkije, Maleisië en Indonesië wordt niet-moslims het leven op allerhande manieren zuur gemaakt.
Daarnaast constateren de schrijvers dat het begrip ‘vrede’ niet zo’n universele lading heeft als wij hier in Nederland graag mogen denken: “de ervaringen van christelijke kerken in islamitische samenlevingen [...] geven ons niet het goede gevoel dat we als moslims en christenen leven vanuit één visioen van vrede”. Me dunkt, als je het niet eens kunt worden over de betekenis van vrede, dan wordt het ondanks de vele vriendschapssoera’s die de islamgeleerden in hun brief plakten tenminste lastig om onverdeeld op te trekken.
En zelfs al zou er overeenstemming bereikt worden op het semantische vlak dan nog, zo lezen we, zijn er wezenlijke verschillen van inzicht omtrent route en riten. Een greep: “Het spreekt voor ons niet vanzelf dat de God die ons in Tenach wordt geopenbaard en die ons in Jezus Christus nabijgekomen is, dezelfde is die spreekt in de soera’s van de Koran”. Oeps, dat betekent het definitieve einde van het containerbegrip ‘Abrahamitische religies’ (prachtige zin overigens).
Of deze: “Zolang moslims staande houden dat joden en christenen zich op gecorrumpeerde bronnen beroepen, terwijl zij van ons eisen dat wij de onaantastbaarheid van de Koran erkennen, kan van een gelijkwaardig gesprek geen sprake zijn”. Zouden de boze Erasmus-professoren dat, puur uit academische interesse, wel eens aan Tariq Ramadan voorgelegd hebben?
Maar ongeacht Tariq’s antwoord gaan ze er geen baat bij hebben, de mannenbroeders van de PKN zijn namelijk eenduidig in hun conclusie: “laat helder zijn dat we niet ‘eigenlijk in hetzelfde geloven’, want dat is niet het geval”. Einde sprookje. Weg multiculturele Haarlemmerolie; met de oproep van de 138 moslimgeleerden om te komen tot ‘een gezamenlijk woord’ kunnen de bezorgde opstellers van deze brief helemaal niets. De verschillen zijn te groot en er zijn te weinig ‘common words’ om de boel bij elkaar te houden.
Hoewel ik geen banden heb met de PKN, sluit ik me voor deze ene keer graag aan bij hen die zeggen dat we van religie nog veel kunnen leren: eerlijkheid, openheid en beschaafd chauvinisme bijvoorbeeld. Islam en christendom zijn niet gelijk en kunnen, zo blijkt uit bovenstaande uiteenzetting, zelfs niet onder één noemer gebracht worden. Hetzelfde geldt voor de Westerse en Islamitische cultuur in bredere zin: never the twain shall merge. Ook een duit in het zakje doen? De collectie is hier. |
|


