advertentie
logo
advertentie
Antwoord aan de woeste academici

JOOST NIEMöLLER - 22 AUGUSTUS 2009


Ze zijn door het dolle, de academici, nu hun speeltje Tariq Ramadan hen is afgepakt. Open brieven. Geroep over de vrijheid van wetenschappelijk denken die beknot zou zijn. En dat om een man die zelf de vrijheid aan banden wil leggen. Hoe dom kun je zijn.



Wat vond Erasmus nu eigenlijk zelf over de moslims? Wel, dat was iets waarvoor je vandaag de dag voor de rechter zou komen. Die goeie ouwe Erasmus schreef namelijk ooit:

“De oorsprong van het volk laat een combinatie zien van obscuriteit en barbaarsheid. Traceer je het begin van hun machtsontplooiing, dan vind je een huurlingenleger en de perfide moord op een prins wie ze eeuwig trouw hadden gezworen. Het is één doorlopend verhaal van door wreedheid verworven rijkdom, vermeerderd door roof. Van verderfelijke huwelijksproblematiek, goddeloze broedermoord, afzetting van vaders door zonen; van flagrante trouweloosheid en onmenselijke wreedheid. Om nog te zwijgen over hun zeden en geloof.”

Op de naar hem vernoemde universiteit zou Erasmus zoiets al zeker helemaal niet meer mogen zeggen. Er zijn namelijk grenzen aan de academische vrijheid.

Bezorgd over de academische vrijheid zijn nu ook ineens een aantal woeste academici, naar aanleiding van het ontslag van islam prediker Tariq Ramadan. Dat is om twee redenen bizar. Ten eerste omdat niemand op de Erasmus universiteit dat riep toen Ramadan op de universiteit werd aangesteld met geld van de gemeente. Het was destijds een honderd procent politiek gemotiveerde benoeming, van buitenaf opgelegd, in alle openlijkheid. Geen spoor van protest!

De universiteit leent zich veel te veel voor dergelijke niet-academische invloeden. Daarmee komt inderdaad de vrijheid van denken en wetenschap in het geding. Maar nu pas klinkt het protest. Dat is natuurlijk totaal ongeloofwaardig.

Ten tweede is het bizar om over de bedreiging van de academische vrijheid te spreken nu het gaat om iemand die zelf die academische vrijheid juist wil afschaffen.

Ramadan schreef in zijn boek Westerse moslims en de toekomst van de islam dat de islam drie beperkingen moet opleggen aan de wetenschap:

1. Wat zijn mijn bedoelingen als ik mij overgeef aan het bestuderen van die wetenschap?

2. Wat zijn de ethische beperkingen die ik moet respecteren? Het gaat hier om de concrete toepassingen van de ethiek door schriftgebonden verstandsarbeid.

3. Wat zijn de doelstellingen van mijn onderzoek? Het gaat hier om integratie van het wetenschappelijk werk in ‘de weg van de trouw’ als onderdeel van de ‘weg naar de bron.’


In het Westen bestaat er zoiets als waardevrije wetenschap. De onderzoekende geest zelf staat centraal, niet het ideologische doel dat deze geest moet dienen. Wel, daar denkt Ramadan dus heel anders over. Voor hem, zegt hij met zoveel woorden, moet de wetenschap in dienst staan van de ethiek van de islam.

Een mooi voorbeeld van zijn eigen theorie is de biografie over Mohammed die Ramadan schreef, In de voetstappen van de profeet.

In de inleiding valt te lezen:

“Deze biografie wil niet wedijveren met de klassieke bronnen (die trouwens het basismateriaal vormen) en ook niet iets nieuws toevoegen aan het feitenmateriaal en ook geen nieuwe, revolutionaire herinterpretatie bieden van de geschiedenis van de profetie en haar context.”

De ‘wetenschapper’ Tariq Ramadan schreef dus, geheel in de anti-wetenschappelijke geest van de islam een biografie die tot stand kwam door het principe van herkauwen. Nu gebeurt dit in de praktijk natuurlijk heel vaak in de wetenschap. Maar het wordt er door Ramadan ook nog eens als aanbeveling bij aangeleverd.

Er is terecht het nodige opgemerkt over het ‘wetenschappelijke’ gehalte van deze ‘biografie’. Onder andere in dit zeer feitelijke stuk in De Groene Amsterdammer: http://www.groene.nl/2009/17/De_bruggenbouwer_en_de_profeet

Maar jongens, jongens, wat zijn ze boos op de Erasmus universiteit en op andere universiteiten in Nederland, nu hen het Ramadan speeltje is afgepakt! Het is bijna grappig. Als het niet zo treurig was.

In de Volkskrant stond er deze week een woest blazende brief van Mohammed Benzakour en anderen met een academische titel, met de pathetische kop ‘Alle bruggen van Ramadan verpulverd’. De kritiek op Ramadan wordt zonder enige argument terzijde geschoven als ‘aantijgingen’ en ‘aanhoudende laster.’ De ratio, zo schrijven de wetenschappers, zou zijn uitgeschakeld, en ‘insinuaties’ zouden de overhand hebben gekregen.

In werkelijkheid gaat het in het geval van Ramadan om al jaren bestaande, zeer concrete kritiekpunten, waaruit blijkt dat Ramadan met verschillende tongen spreekt, homo’s veroordeelt, steniging goedpraat, terrorisme heilig verklaart en nog zo wat van die zaken die in het Midden Oosten normaal zijn, maar in Europa niet. Wie de argumenten nog eens op een rijtje wil zien, raad ik het onderbouwde artikel van Carel Brendel aan in de Volkskrant van vandaag. Het is maar een voorbeeld. Er bestaan vele van dit soort feitelijke kritieken over Ramadan. Een ander goed voorbeeld is het boek Wie is er bang voor Tariq Ramadan? Van de New York Times journalist Paul Berman.

Maar aan al dit soort concrete argumenten hadden Benzakour en zijn academische vrienden geen boodschap.

Net zo min als de academici van de Erasmus universiteit, die vandaag een open brief schreven in NRC Handelsblad, met de ook al zo hoogdravende kop “Ontslag Ramadan tast de academische vrijheid aan.” Ook deze academici lieten de concrete argumenten tegen Ramadan voor wat ze waren, en oordeelden botweg: “Hij is ontslagen op grond van gevoelens die zijn gedrag kan oproepen.” En concludeerden “dat het gemeentebestuur zich nu wel gevoelig toont voor de ‘gevoelens’ van de bevolking.”

Deze politiek correcte wetenschappers hebben altijd hun mond vol van ‘de dialoog.’ Daarom zou die Ramadan zo’n aanwinst geweest zijn. Maar die dialoog betekent nu dus dat de argumenten van de tegenpartij domweg genegeerd worden. Zoveel domme, goed betaalde arrogantie, zoveel dedain, het is om van te kotsen. Maar ja, dan ben je het gevoel van het volk weer, hè.

De studenten van Ramadan die kennelijk zo met hem wegliepen, -zo wordt ons namelijk keer op keer door de Erasmus academici verzekerd- hadden overigens niet zo heel veel opgestoken van de colleges van hun goeroe. Zo vertelden ze in NOVA: “Hij had het over de overeenkomsten, hoe het wel samen kan gaan.” Of zo. Wat een niveau.

En zijn collega en vriend Willem Schinkel vertelde in NOVA: “De academische feiten staan op het spel.” Maar wat die academische feiten dan precies waren, in verband met Ramadan, dat wist hij niet. Überhaupt wist hij desgevraagd ook niets te zeggen over wat de bijdrage dan wel was die Tariq Ramadan aan de wetenschap zou hebben geleverd. Van je vrienden moet je het maar hebben.

De meest domme opmerking van Willem Schinkel in NOVA was nog wel die over de benoeming van Ramadan op de universiteit in Oxford: “Hij wordt daar hoogleraar, want de vrijheid van meningsuiting is daar heilig.” In werkelijkheid wordt Ramadan op die plek gezet met geld van het fundamentalistische oliestaatje Qatar. En geen van de zogenaamd naar de academische vrijheid snakkende wetenschappers, die daar een kanttekening bij maakte.

Wat een weerzinwekkend bekrompen wereldje. Erasmus zou zich in zijn graf omdraaien.

De enige verstandige woorden van een wetenschapper kwamen zoals gewoonlijk weer van de Arabist Hans Jansen. Toen de journalist van NOVA vroeg of het een goede zaak was dat Ramadan ontslagen was, zei die bitter: “Het is onterecht dat hij benoemd is. Ik denk dat de Rotterdamse universiteit die schande niet zo snel kan uitwissen.”

Reageren kan op: www.joostniemoller.com