Hoe snel zal Nederland islamiseren? (2)
ENCINA NAVAN - 14 JUNI 2009Rond 2050 zullen er minstens twee miljoen moslims in Nederland zijn en waarschijnlijk meer. Een grote minderheid, maar geen meerderheid, dus kan islam nooit een dominante rol in ons land gaan spelen. Deze gedachte is gebaseerd op de veronderstelling dat dominantie van een groep afhangt van een percentage en dat is een gevaarlijke misvatting. Nu is de invloed van islam al voelbaar, terwijl de groep veel kleiner is dan twee miljoen. (Vervolg van deel 1)
Vaak wordt beweerd dat islam geen gevaar is omdat ze een minderheid vormen en omdat ze onderling verdeeld zijn. Men veronderstelt daarmee stilzwijgend dat islam pas een gevaar zou zijn als ze een absolute meerderheid vormt (51 %) of als moslims meer verenigd zouden optreden.
Beide uitgangspunten berusten op niet meer dan aannames – en zijn dus ongeldig als argument. Ze nemen namelijk aan datgene dat nu juist bewezen zou moeten worden. Er zijn voorbeelden, zoals Bosnië en Libanon, die aantonen dat moslims ook als minderheid dominant gedrag vertonen.
Op internet is een duidelijke definitie van islamisering praktisch onvindbaar.
Islamisering is het psychologische proces (en dus niet allereerst een demografisch of politiek proces) waarbij moslims hun omgeving in toenemende mate aan godsdienstige regels onderwerpen, waarbij bekering tot islam slechts een ondergeschikte rol speelt.
Dit godsdienstige karakter blijkt uit:
veranderingen in de staatsvorm (theocratie, zoals Iran, of staatsgodsdienst, zoals de overige leden van de Organisatie voor de Islamitische Conferentie);
uit veranderingen in het dagelijkse leven (tal van voorschriften die niet volgen uit de alledaagse werkelijkheid, maar uit een symbolische werkelijkheid, dat wil zeggen het godsdienstige referentiekader)
uit veranderingen in de relatie tussen moslims en niet-moslims (het dhimmi-statuut in islamitische landen; parallelle samenleving voor moslims in niet-moslim landen; het herformuleren van universele mensenrechten op een manier die moslims in staat stelt om meer rechten op te eisen dan niet-moslims effectief kunnen).
Islamisering is gebaseerd op tawhid. Het begrip tawhid is het meest belangrijke in de hele islam, volgens de Encyclopedia of Islam. Ik citeer: “It is believed that the entirety of the Islamic teaching rests on the principle of tawhid”.(bron)
Het betekent dat het hele leven onderworpen is aan god(sdienst), niet alleen als gegeven, maar ook in de actieve zin dat de moslim zijn leven dient in te richten naar de geboden van god. De tawhid betekent niet alleen de eenheid van god en al het leven, maar ook de éénheid van god, dus de ontkenning van de drie-éénheid zoals die in het christendom bestaat. De tawhid betekent ook (dit wordt genoemd Tawhid-ar-Rububbiya) eenheid van bestaan: alle materie bestaat dankzij allah. De kreet “allah akbar” moet dan ook niet (alleen) begrepen worden als “god is machtiger”, maar ook in de zin dat god al het bestaande omvat.
Het ontkennen van deze eenheid is het ontkennen van de aard van god en het aantasten van het belangrijkste centrale begrip van moslims. Secularisme en nationale staten zijn onaanvaardbaar vanuit de tawhid en moeten om die reden bestreden worden door moslims.
De invloed van een groep binnen een populatie is niet alleen afhankelijk van haar numerieke omvang, maar daarnaast ook van haar status binnen de gehele populatie en de innerlijke overtuiging van de groepsleden.
De status van moslims in het westen is laag en hoog tegelijk. In sociaal-economisch opzicht is ze laag. Moslims zijn gemiddeld lager opgeleid dan westerlingen en genieten gemiddeld een lagere sociaal-economische positie. Voor moslims zijn deze gegevens echter van weinig belang ten opzichte van het feit dat ze moslim zijn. Het moslim zijn betekent een privilege, dat ze verkiezen boven alle andere. Het versterkt eerder de toegevoegde waarde van het moslim zijn dan dat ze die verzwakt, omdat er voor een moslim geen reden is te veronderstellen dat de oorzaken van de lage sociaal-economische positie aan islam toegeschreven moeten worden.
Moslims geven vaak de voorkeur aan symbolische verklaringen boven feitelijke, causale verklaringen. Islam is een systeem waarbij een symbolische verklaringen worden verheven boven feitelijke verklaringen. Omdat de moslim veel makkelijker zijn sociaal-economische situatie kan verklaren als symbool van de wil van allah, dan feitelijk verandering brengen in die sociaal-economische situatie, is de eerste verklaring veel aantrekkelijker om cognitieve dissonantie op te heffen dan de tweede verklaring.
De status van moslims is naast laag ook hoog. Ze hebben namelijk tal van privileges bereikt: behoud van eigen taal en cultuur, bijzonder onderwijs, subsidies voor organisaties, politieke goodwill, enzovoort. Ondanks de afkeer die ze van de westerse beschaving hebben en die ook regelmatig geuit wordt, genieten ze tal van voordelen en hoeven ze zich niet meer aan te passen dan strikt noodzakelijk is. Een groep die meer privileges weet te verkrijgen dan andere groepen, zal om die reden een hogere status verwerven en geleidelijk aan dominanter worden.
Blijft over de innerlijke overtuiging van de groepsleden. Moslims zijn ogenschijnlijk verdeeld in talloze ‘soorten’ islam. Op deze verdeeldheid berust het argument dat moslims geen gevaar zouden zijn voor de westerse beschaving, omdat ze immers zijn verdeeld in stromingen, richtingen en rechtsscholen. Tot op zekere hoogte is dit argument geldig: shiieten en soennieten moorden elkaar graag uit. Druzen worden vaak niet gezien als moslims, evenmin als Alawieten. Marokkaanse moslims en Turkse moslims hebben nauwelijks contact met elkaar.
Ten eerste, al deze moslims delen de centrale stellingen van de islam: de tawhid, de overige zuilen van het geloof, de afkeer van het westen en het christendom. De verdeeldheid in richtingen is minder groot dan men vaak aanneemt: ongeveer 85 % van alle moslims behoort tot de hoofdstroming, de soennieten.
Ten tweede, de vier rechtsscholen hebben gelijke status binnen de islam en verschillen onderling alleen op ondergeschikte punten. Dit geeft nauwelijks verdeeldheid onder moslims.
De verdeeldheid die we regelmatig waarnemen onder moslims heeft dan ook meestal geen religieuze basis, maar is het gevolg van regionale belangentegenstellingen.
Ten derde, de ‘soorten’ islam verhinderen weliswaar dat moslims verenigd optrekken tegen het westen, maar dit betekent niet dat ze verschillende standpunten innemen ten aanzien van het westen.
Als elke ‘soort’ islam op zijn eigen islamisering nastreeft, zal het uiteindelijke resultaat ook meer islamisering zijn, of dit nu in soorten gebeurt of niet.
|
|


