advertentie
logo
advertentie
Malou van Hintum (Volkskrant): stront-met-gif in de kop.

KASSANDER - 04 MAART 2009


Hier beneden zegt “Filantroop” over Malou van Hintum dat haar betoogjes erg simpel in elkaar steken. Dat is nog vriendelijk gezegd. Uit alles blijkt dat het treitersnolletje niet kan denken en voortdurend evidente perversiteiten debiteert, zoals “Filantroop” ook laat zien. Wat zou de Volkskrant – behalve het wekken van woede bij redelijke en fatsoenlijk mensen – toch op het oog hebben met het frequent publiceren van types als van Hintum en haar geestverwant Thomas von der Dunk, ook al zo'n kwaliteitsloze kwast met giftige smurrie in de hersenpan.

Ik heb nog een kritiekje liggen uit december 2005, toen van Hintum voor Vrij Nederland werkte. Ze schreef toen samen met Max van Weezel, echtgenoot van Anet Bleich, een Joodse zelfhaatster die zich in haar Volkskrant-columns jarenlang uitleefde in ”politiek correcte” zelfmanifestatie. Het stukkie van Van Hintum en Van Weezel had de status van een hoofdredactioneel commentaar. Ik schreef er een kritiek op die natuurlijk nooit door Vrij Nederland werd geplaatst. Het vandaag de dag teruglezend, kan je zien hoe weinig er veranderd is in het denken van types als van Hintum.
 
Ik citeer hieronder mijn stuk uit 2005:

 “Ayaan, kom terug”,  roepen Malou van Hintum en Max van Weezel op 18 december, maar die kop blijkt te slaan op hun slappe en brave “verdediging” van Ayaan Hirsi Ali tegen een meer openlijke collaborateur als J. J. A. van Doorn  (de man die altijd zo opvallend krachtig pro-islam, pro-Arabieren, anti-Israël en anti-Amerika is) en tegen een meer uitgesproken capitulant als Jan Kuitenbrouwer, die beiden vinden dat Hirsi Ali  monddood gemaakt moet worden. Dat vinden Van Hintum en Van Weezel nog net niet, maar wel dat Hirsi Ali  moet inbinden, want anders is ze niet effectief volgens haar eigen doelstelling, te weten de emancipatie van de Nederlandse moslima: “Al eerder bleek dat ze in een blijf-van-mijn-lijf-huis waar veel moslima’s bivakkeerden op weinig enthousiasme kon rekenen. De uitzending van Submission heeft het er niet beter op gemaakt.” Daarmee zitten de schrijvers mooi op één lijn met Wouter Bos, die onlangs in het Parool in hetzelfde laffe hol wegkroop. (Ik had bijna geschreven: “dezelfde stelling betrok”.) 

Nu woon ik toch al weer dertig jaar in grotestadswijken waar inmiddels drie van de vijf vrouwen die je tegenkomt een hoofddoek dragen, wat veel is als je bedenkt dar er een hoop nauwelijks buiten komen, dus ik zou terzake kunnen argumenteren op grond van eigen instinct en waarneming. Maar ik heb ook anderen wel eens horen zeggen dat de sociale druk en controle binnen de stammen van Marokkanen en Turken  nogal fors is. Dus dat je de vraag zou kunnen stellen of de reactie van die vrouwen in zo’n blijf-huis niet ingegeven is door pure angst voor de macho-islamo-fascismo-rotzakko’s door wie ze genoemd blijf-huis zijn in gemept. En als je geterroriseerd wordt en je kan je agressie niet kwijt op de plaats waar-ie hoort, dan ontwikkelt de mens soms iets dat wel het “Stockholm-syndroom” wordt genoemd, te weten liefde voor de kwellers en agressie tegen de helpers met humane bedoelingen. Zo gezien bereikt Hirsi Ali haar doelstelling wel degelijk, namelijk de ogen openen (behalve bij Van Hintum en Van Weezel) voor het feit dat deze vrouwen dermate onderdrukt en gehersenspoeld zijn dat ze nog niet eens een begin durven maken met openlijke zelfbevrijding. Wat valt er meer of anders te doen voor Hirsi Ali? Wat is het alternatief?  Stille zending onder moslims? Die vraag wordt ook niet beantwoord door Wouter Bos, de partijleider die of geen of de verkeerde leiding geeft. 
 
Wat mij werkelijk verontrust: dat zelfs in VN een laf-collaborerende houding wordt gepropageerd tegenover de islamo-reactionairen en hun agitatie tegen een fatsoenlijke en esthetische film als Submission, gericht tegen een duidelijk en groot mondiaal kwaad. Zie hoe serieus Van Hintum en Van Weezel de reacties van islamitisch gajes uit Afghanistan, Turkije en Indonesië aan ons doorgeven. (“De mening in Indonesië, het grootste moslimland ter wereld: ’Er druipt haat van deze film af.’”) Dat die reacties geïnventariseerd zijn door Amnesty International maakt ze niet respectabel. De schrijvers willen dat Hirsi Ali in de kamer terugkeert om haar “met goed fatsoen” te kunnen tegenspreken.
 
Fatsoen? Heulen met degenen die haar ondergronds gejaagd hebben wordt toch niet fatsoenlijk vanwege het feit dat ze dadelijk weer moed genoeg heeft gevat om in de openbaarheid te treden? 
 
Bij Van Hintum en Van Weezel en bij al die Ayaan-bashers (bijvoorbeeld Jan Blokker in hetzelfde kerstnummer van VN) ontbreekt iets wezenlijks aan moreel besef en aan kennis over de reëel bestaande (en bestaan hebbende)  islam. Om die islam te leren kennen kunnen een vloed van boeken en artikelen en een groot aantal onafhankelijke arabisten geraadpleegd worden. Maar mijn favoriete bewijsplaats komt van Rudy Kous¬broek (Einsteins Poppenhuis, p. 106.)  Begin jaren tachtig constateerde Kousbroek met verwondering dat vanuit de wereld van de islam, hoe krankzinnig of terroristisch de hoofdstroom van die religie zich ook manifesteert, nooit enig tegengeluid kwam. Dat er geen stemmen opklonken die zeiden: maar dit is niet de enige vorm van islam, er is ook een verlichtere, humanere, tolerantere. Verder meldde Kousbroek hoezeer het hem opviel dat de islam geheel vrij scheen van humor. Nu, ruim twintig jaar later, kan aan zijn vaststelling nauwelijks iets afgedaan worden. Als er al een richtingenstrijd in de islam bestaat, dan is die, zowel nationaal als internationaal, blijkbaar marginaal. Onenigheid onder islamieten heeft altijd meer te maken met een gevecht om de macht dan om een wezenlijk verschil in geesteshouding.  Kousbroek vroeg zich anno 1980  quasi twijfelend af of hij dat allemaal echt moest geloven als hij in de NRC las:
 
"Dagelijks worden honderden jonge Arabische vrouwen verbrand, onthoofd, vergiftigd of de keel afgesneden. Ze worden gedood door hun vader of een oudere broer, door een neef of een huur¬moordenaar. Ze worden bestraft op beschuldiging van seksuele relaties buiten het huwelijk, of slechts op verdenking daarvan. Ze moeten sterven krach¬tens een oude code die familie eer moet beschermen. Dit kreeg de werkgroep over slavernij van de Verenigde Naties gisteren in Genève te horen van een vertegenwoordiger van Terre des Hommes. De werkgroep kreeg tegelijkertijd een gedetailleerd rapport met talloze getuigenissen over de vervolging van jonge vrouwen en meisjes in Arabische landen 'in naam van de eer'."
 
Al die publieke figuren, inclusief deze VN-redacteuren, die te hoop lopen tegen “islamofobie” en tegen Hirsi Ali: wat is er toch met die mensen aan de hand? Er is iets van een waarachtige waanzin in hun standpunten, iets wat aankondigt dat ook in Nederland álles weer mogelijk wordt. Alle werkelijkheid is dubbelzinnig, akkoord, maar dat is nog geen reden om, in wegkruiperige angst voor “polarisatie”, voortdurend foute accenten te leggen. Vergissen is lafheid, zei Nietzsche.  De islam is vanaf zijn oorsprong in de 7e eeuw een gewelddadige, onderdrukkende, expansieve en huichelachtige  ideologie geweest. Dat zijn vier bijvoeglijke naamwoorden, waar je niet schouderophalend overheen moet lezen, maar die de werkelijkheid dekken. Alleen ondanks, nooit dank zij deze “religie” is in de streken waarin zij overheerste, menselijk geluk en maatschappelijke vooruitgang geweest. Er is geen aanwijsbare inherente goedheid of intelligentie in dat geloof. Het is een gesystematiseerde obsessie met geslachtelijkheid, een masker voor macho-repressie. De islam is voorts een vorm van racisme. Wie op grond van een lichamelijk kenmerk, zoals het hebben van een spleetje tussen de benen, de ander tot inferieur verklaart, is een racist. Zo simpel en ondubbelzinnig is dat. De reëel bestaan hebbende islam  in pakweg 1400 jaar geschiedenis is te definiëren als een moleculaire, langzame Holocaust tegen de vrouw.
                  
Van belang is vooral ook dit: ik vind zelf dat ik een reëel gevaar ga lopen door deze tekst te laten afdrukken. Dat op zich is misschien reden tot achter het oor krabben over  “genuanceerdheid” tegenover de islam. Ik zal mijn botte, generaliserende opvatting over islamieten opgeven, zo gauw ze islamiet zijn zoals ik katholiek ben: ergens tussen de Katharen, Gerard Reve en Carnaval in. En met een bloedhekel aan de paus. Zoals Hafid Bouazza, zeg maar.



"dat ik een reëel gevaar ga lopen door deze tekst te laten afdrukken": onder mijn echte naam, in VN destijds, wel te verstaan.