advertentie
logo
advertentie
het DNA van de PvdA

KASSANDER - 09 NOVEMBER 2008


Ik zal nóg maar eens proberen nóg duidelijker te maken waarom het geklooi van Hirsch Ballin aan de blasfemiewetten gestopt moet worden. De PvdA moet zich bezinnen op het eigen DNA en nooit akkoord gaan met wat nu voorgesteld is door de minister van justitie. Met 32 zetels in de peilingen is het nu dé tijd voor twee dingen: een kabinetscrisis en een vernieuwing in de partij waarbij de vleugel Cohen wordt geëlimineerd. Cohen cum suis hebben duidelijk gemaakt dat ze geen enkel besef hebben van de Joods-Christelijke Verlichtingstraditie waarin de PvdA staat.

1. Principieel.

Het grote bezwaar tegen de voorgestelde wetswijziging van Hirsch Ballin is dat aangeboren DNA-zaken als ras, seksuele geaardheid en geslacht enerzijds en anderzijds niet-DNA-zaken als mening en geloof naast elkaar gezet worden. Dat geloof kun je trouwens terugbrengen tot het woord “mening”. Want een”religie”is niks anders dan de mening dat God bestaat en dat de degene die deze mening verkondigt ook nog weet wat die God allemaal wil. Zo wordt het heel eenvoudig. Aan de ene kant staan drie DNA-dingen: ras, geslacht en seksuele geaardheid. Aan de andere kant staat “mening”. En die twee “kampen” moet je héél ver uit elkaar houden.

Je kunt een mens inderdaad niet kritiseren omdat de desbetreffende persoon Chinees, homo of vrouw is. Maar je kunt wel relevante kritiek formuleren op iemands mening (“geloof”).

Men zou kunnen tegenwerpen: “Ja, maar in artikel 1 van onze Grondwet, die van Thorbecke, die van 1848, staan die aangeboren zaken, die DNA-zaken en die van “mening” óók nevenschikkend naast elkaar, alsof ze gelijksoortig zijn.”

Ik citeer voor de duidelijkheid Artikel 1:

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”

Maar het is een misvatting dat Thorbecke cum suis dachten dat “aangeboren” (DNA) en “mening” van eenzelfde orde zijn. Artikel 1 geeft slechts een opsomming van de gronden waarop mensen geneigd zijn te discrimineren, maar artikel 1 beweert niks over gelijksoortigheid of ongelijksoortigheid. Als er iets irrationeels zit in de nevenschikking van DNA-zaken en “mening” in artikel 1 van de Grondwet, dan is dat omdat discrimineerders die kenmerken naar willekeur gebruiken: “Jij bent een homofiele neger en ook nog Jood, dus jij moet zwaarder gestraft worden voor de diefstal van een brood,”

En die nevenschikking in Artikel 1 is al helemáál niet bedoeld om te beweren dat kritiek op godsdienst hetzelfde zou zijn als kritiek op huidskleur, ras of geslacht. Artikel 1 heeft ALLES met discriminatie te maken en NIETS met relevante kritiek.

In september 2006 was datgene wat ik nu hierboven heb gezegd nog helemáál niet duidelijk voor de Haagse politiek. De VVD wilde toen komen met het voorstel om Artikel 1 van de Grondwet ABSOLUUT te gaan stellen. Wouter Bos voelde in dat voorstel van de VVD een neiging om op grond van Artikel 1 het maatschappelijk debat te gaan beperken. Niemand sprak het openlijk uit, maar het ging er natuurlijk om felle critici van de islam de mond te kunnen snoeren.

Het bewustzijn van wat de kern van Artikel 1 is, namelijk dat het gericht is op discrimineren en niet op kritiseren, werd de dames en heren van zowel VVD als PvdA pas duidelijk na het verschijnen in september 2006 van het pamflet over de Vrijheid van Meningsuiting ondertekend door Eddy Terstall, Hans Teeuwen en Diederik Ebbinge. Er werd naar aanleiding van dat pamflet een PvdA-motie in de kamer aangenomen -- niet ondertekend door de christelijke  fracties  --  waarin de Vrijheid van Meningsuiting werd veilig gesteld.

Achteraf moet vastgesteld worden dat de vrees van Wouter Bos, namelijk dat de VVD Artikel 1 niet begreep en wilde gaan inzetten als wapen tegen islamkritiek, terecht was. Waarvan de VVD op dat moment geen benul had en wat Wouter Bos vaag vermoedde, had alleen Pim Fortuyn een paar jaar eerder wél helemaal doorgehad, namelijk dat Artikel 1 onterecht werd gebruikt om het maatschappelijk debat te smoren. De hele Haagse politiek had dus geen echt begrip meer van de betekenis van Artikel 1, behalve dan Wouter Bos een béétje, omdat hij wel nattigheid voelde, maar Eddy Terstalls pamflet nodig had om te kunnen formuleren waar het water vandaan kwam.

In de nagedachtenis van Fortuyn is het van belang nog eens duidelijk te stellen dat Fortuyn dus dáárom voorstelde Artikel 1 van de Grondwet te schrappen, namelijk omdat het gebruikt werd om een paardedeken over het debat te leggen. Fortuyn heeft nooit bedoeld dat discriminatie op grond van ras, geslacht of  seksuele geaardheid (!!!) in Nederland vrij baan zou krijgen.

.

2. Pragmatisch.

Nausicaa Marbe heeft het in de VK van deze zaterdag 9 november 2008 prima verwoord: zo’n schimmige “indirecte belediging” als Hirsch Ballin in artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht wil brengen, lokt uit tot censuur, intimidatie en permanente opgefoktheid van “ik-sleep-je-voor-het-gerecht-types”. “Beledigings-fetisjisme” stond er boven haar column, en dat vat het inderdaad wel samen.

3. Historische context.

Het begint natuurlijk allemaal met de Grondwet van 1848, waarin artikel 1, met de gelijkheid voor de wet. Of misschien moeten we zeggen: het begint allemaal met de Verlichting waardoor een koning niet meer kan zeggen dat-ie van God gezonden is en in Gods plaats op aarde de bevelen uitdeelt (“Wij, Willem III, bij de gratie Gods. . . .”) en waardoor we wetten gaan formuleren die gebaseerd zijn op de Rede.

Dik 150 jaar geleden is dat en dan is het is toch wel raar dat anno 2008 nota bene een theoloog als Harry Kuitert deze zaterdag in de Volkskrant moet uitleggen dat je in de Tweede Kamer niet kunt zeggen: “Ik ben daar vóór of ik ben daar tegen omdat het moet van mijn God.” Gods wil is géén argument, zegt Kuitert, die na een leven lang nadenken over God tot de conclusie is gekomen dat niet God de mens, maar de mens God geschapen heeft. Bij gebrek aan redelijk vermogen, aan rationele kennis, aan wetenschap, zou ik eraan toevoegen.

En het is toch óók wel raar dat anno 2008 een rechtsgeleerde als Paul Cliteur een heel boek moest wijden (“moreel Esperanto”) aan de stelling dat gelovigen zullen moeten leren hun “diepste gevoelens” uit te drukken in de taal van de Democratische Rechtsstaat en de Mensenrechten.

Maar terug naar 1848 dus en Thorbeckes Grondwet. Paul Frentrop heeft in HP-De Tijd (21-12-07) onder de kop "Vrijwaring van Godsdienst" beschreven hoe in het kielzog van de Grondwet in 1853 door de liberalen een “Wet op de Kerkgenootschappen” van kracht werd en hoe de in die wet vastgelegde “vrijheid van godsdienst” in de loop van de tijd door de gelovigen is geperverteerd en misbruikt. Namelijk om zich op grond van “religie” breed te maken in het publieke domein en daar allerlei privileges en subsidies te genieten.

Die “Wet op de Kerkgenootschappen” was een reactie op eeuwen protestantse staatsgodsdienst en onderdrukking van katholicisme.  Dat was dus een heel PRAGMATISCHE WET, bedoeld om een einde te maken aan discriminatie van katholieken, niet bedoeld om godsdienst en godsdienstige mensen in het algemeen een bijzondere status te geven, dan wel om gelovigen te vrijwaren van kritiek.

Die “Wet op de Kerkgenootschappen” van 1853 zegt: “Aan alle kerkgenootschappen is en blijft de volkomen vrijheid verzekerd alles wat hunnen godsdienst en de uitoefening daarvan in hunnen eigen boezem betreft, te regelen (…)”··De sleutelformulering lijkt hier “in hunnen eigen boezem”. Dat betekent dus dat, als georganiseerd geloof buiten die “eigen boezem” maatschappelijk actief is, de overheid wél wat over dat geloof te zeggen krijgt. Dat lijkt het geval bij alle activiteiten die “maatschappelijker” zijn dan rituelen in een kerk of moskee. Waarvan de deuren volgens onze wetgeving bovendien zelfs open dienen te staan tijdens het eerbetoon aan de Onzichtbare Vriend.

Het begrip van dit wetsartikel is cruciaal. Want in weerwil van de geest ervan, is op grond van dit artikel uit 1853 toch de verkeerde overtuiging gegroeid dat religie zich met politiek mag bemoeien, dat religieuze overtuigingen extra rechten hebben, ja zelfs dat religieuze overtuigingen buiten en boven de wet staan. Terwijl het omgekeerde de praktijk had moeten worden, namelijk géén politieke machtsuitoefening op grond van religie en wél bemoeienis van de politiek met religieus-maatschappelijke activiteiten.

De blasfemiewetten en de wet op de vrijheid van godsdienst vormen een span.  De “Vrijheid van Godsdienst” wordt met name door de islam geïnterpreteerd als zoveel mogelijk maatschappelijke ruimte innemen, met zoveel mogelijk symbolen in die ruimte aanwezig zijn, speciale rechten en behandelingen eisen. Die blasfemiewetten moeten dan ook geschrapt worden. Maar zonder dat die blasfemiewetten weer via een achterdeur in nog vager en dus gevaarlijker gedaante weer binnengehaald worden, zoals HB wil.

En je zou ook de “Vrijheid van Godsdienst” uit de Grondwet moeten halen. Gewoon schrappen. Want godsdienst is niks anders dan een mening over God. En de vrijheid-van-een-mening-over-God, dus de vrijheid om voor een eigen overtuiging uit te komen, wordt gedekt door de Vrijheid van Meningsuiting. De Nederlandse rechtsstaat met zijn vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging plus de Mensenrechten in algemene zin zijn voldoende waarborg. Mensen zullen zich moeten beperken tot het vocabulaire dat daarin te vinden is, ook als zij hun moraal ontlenen aan een Onzichtbare Vriend en heel erg oude boeken waarin staat wat die Onzichtbare Vriend allemaal wil.

De Vrijheid van Meningsuiting wordt beperkt door ieders verantwoordelijkheid voor de wet. In dat geval zou dus eens bezien moeten worden of de islam niet verboden moet worden. Dus niet alleen de koran, maar alle uitingen van dit “geloof”. Theorie en 1400-jarige praktijk van deze antihumane en inherent (!) totalitaire ideologie zijn namelijk wereldwijd in strijd met de essentiële beginselen van de Rechtsstaat en van de Mensenrechten. Een extra argument voor een verbod is het eeuwige en onveranderlijke gebod dat dit “geloof” kent om de ongelovigen en vooral de Joden te vermoorden, onderdrukken en bedriegen. De internationale situatie gekoppeld aan de onveranderlijk massale immigratie vanuit islamitische landen naar het Westen is een zwaarwegend extra argument om dit “geloof” te verbieden. En om te beginnen zou natuurlijk alle immigratie uit het islamitisch cultuurgebied radicaal gestopt moeten worden.

Kijk: dat is nou eens een heel andere gedachte dan stiekem frutsel-collaborerend met het islamofascisme de “belediging” van dit totalitaire antihumanisme strafbaar te willen houden. En ik nodig al die commissies die zich bezig houden met "discriminatie" beleefd uit de Nederlandse overheid te vragen mij van mijn bed te lichten, mijn computer in beslag te nemen en een proces tegen mij te starten. Dan kunnen we misschien wat bewustzijnsverruimende publiciteit genereren in Nederland. Met als resultaat hopelijk dat eindelijk in het openbaar gevraagd kan worden: "U bent van de islam, mijnheer, mevrouw? Vindt u dat wel fatsoenlijk?"

                                              ***********************