Terstall & Zwagerman
KASSANDER - 16 OKTOBER 2008ZELF-PROMOTIE TEN KOSTE VAN WILDERS EN MET EEN BOOG OM DE HETE HANGIJZERS HEEN. In de NRC.next van donderdag 16 oktober staat een opstel van Eddy Terstall en Joost Zwagerman, onder de titel: “Prachtwijk-lesbo’s zo heilig als imams”. Het zal overgenomen worden door de “grote” NRC en zo gauw het on line beschikbaar komt zal de redactie van HVV er ongetwijfeld naar verwijzen. Het is een heel aardig stuk, prima geschreven, een pleidooi voor een “radicale middenpolitiek voor de vrijheid”. Met verreweg het grootste deel ben ik het roerend eens. Maar er worden in dit artikel ook héél erg existentiële essentialia vergeten. In het laatste gedeelte ontspoort de tekst zelfs. Daar worden de auteurs hypokriet. Zelf zullen ze dat ongetwijfeld als “verstandig” en “tactisch” benoemen. De auteurs zeggen op het einde, daar waar het stuk ontspoort: “De stem van het midden heeft het al even moeilijk tegen het obsessieve negativisme van populistisch rechts dat bijvoorbeeld maar niet wil begrijpen dat Marokkaanse Nederlanders bij dit land horen, dat ze ook allemaal hun individuele dromen en angsten hebben, dat ze gewone burgers zijn.” Ik vraag vooraf even aandacht voor dat “even” in “even moeilijk”: de Nederlandse “populist” wordt hier expliciet voorgesteld als een gevaar vergelijkbaar met de islam. Ik had vrede kunnen hebben met dit stuk als de aanval van de auteurs op het “populisme” gepaard was gegaan met een veel fellere aanval op de islam en zijn collaborateurs. Veel feller, want de islam is een oneindig veel groter gevaar dan Nederlands of Europees “populisme”. De gebruikte term “obsessieve negativisme” is een psychologische kwalificatie, náár en neerbuigend. De islam-kritische “populist” is een beetje ziek in het hoofd, worden we verzocht te concluderen. Belachelijk, want er is een vracht aan academische lectuur die aantoont dat de islam gedurende zijn hele 14 eeuwse bestaan irrationalistisch, anti-humaan en totalitair is geweest en minstens 1000 jaar daarvan als zodanig een gevaar voor het christelijke Westen. Dat gevaar is, nadat de Turken in 1683 voor het laatst voor Wenen stonden, in de laatste decennia opnieuw acuut geworden. Samuel Huntington heeft in zijn “Clash” laten zien dat de islam nooit in zijn geschiedenis ergens op voet van gelijkheid vreedzaam met zijn buren heeft kunnen leven, tenzij moslims een héél kleine minderheid zijn. Er bestaan overzichten waarin men kan zien dat overal in de moderne wereld de terreur van moslims toeneemt met hun percentage in de bevolking. Zouden de auteurs -- behalve al die leuke restaurantjes en het afnemen van hondenstront op de stoepen in wijken met veel Mohammedanen -- overigens iets positiefs over de islam kunnen melden? Dan kunnen we dat “negativisme” doorbreken. Kom heren! Iets yummie-yammie-joepies dat de islam ons brengt en dat we nog niet hadden. Één ding! “Populistisch rechts” moet van deze auteurs ook maar eens een keertje leren begrijpen dat “Marokkaanse Nederlanders bij dit land horen”. Wat een paternalistisch toontje! Gut, wat zijn we weer veel beter dan “Wilders”! Maar ten eerste moet het eerste historische voorbeeld van een in een andere cultuur integrerende islamitische gemeenschap nog gevonden worden. Ten tweede is zo langzamerhand duidelijk dat ook in Nederland anno 2008 het gros niet bij dit land wíl horen. Ik heb persoonlijke ettelijke keren Marokkanen en Turken horen zeggen hoezeer ze gruwen van de gedachte dat ze “Nederlanders” zouden zijn. Net als de Turken gedragen Marokkanen zich als primitieve stammen door uitsluitend onderling te huwen en van de Westerse cultuur de vruchten te plukken, onderwijl de boomgaard en de fruitteler verachtend. Een verachting die zich manifesteert in hun absurd hoge aandeel in de criminaliteit. En dat dan nog volgens statistieken die waarschijnlijk zwaar geflatteerd zijn. “Gewone burgers”? Waarom hechten ze dan zo aan die hoofddoeken, die onderscheidingstekens die de islam zo zichtbaar in de straten brengen en door de bewuste Mohammedaan gezien worden als “vlaggen geplant in vijandelijk gebied”? Vanwaar al dat gedram en gedreig rond allerlei “beledigingen” van de islam en al die eisen dat het publieke leven zich aanpast aan hun specifieke vorm van achterlijkheid? Waarom zo weinig dissidente stemmen in die gemeenschap? De auteurs willen zich profileren als beter-dan-Wilders en met mooie menselijke gevoelens ten opzichte van de vertrapte allochtonen, die “allemaal hun individuele dromen en angsten” hebben. Ach gut! En lopen ze ook op twee benen, die islamitische allochtonen? En schreien ze wel eens? Ja, dan moeten het wel echte mensen zijn. Wat is dit voor gratuite prietpraat, voor goedkoop quasi-humanistisch gedoe? Als onze immigranten uit het islamitisch cultuurgebied allemaal van die individuele hoogstpersoonlijkheden zijn, waarom merken we daar dan zo weinig van? Nou ja: een tiental mannen en vrouwen. Maar van de meeste op het oog “geïntegreerden” vraag ik me af hoe groot de kans is dat ze toch nog eens een aanval van “sudden jihad” krijgen. In plaats van gemakzuchtig te zeuren over “populistisch rechts” hadden de auteurs -- die er terecht op wijzen dat “links” vroeger nog wel eens vóór geestelijke emancipatie was -- beter de islamitische stammen in dit land erop kunnen wijzen dat ze nog een wereld aan zelfkritiek te winnen hebben. Wij, in het Westen, zijn er zo langzamerhand wel klaar mee, want we hebben zoveel zelfkritiek geoefend dat we van ons eigen gezond niet meer weten. Zo’n zijden kunstkwast als Pechtold – ik kan er niet genoeg aan herinneren – die zijn Turkse tweede dame in bescherming nam door te zeggen dat zij helemaal geen standpunt hoefde innemen over de Armeense genocide. De dame hoefde niet “door een extra hoepeltje te springen”, zei dezelfde kleine parmanterd die alle Westerlingen zo graag herinnert aan al die schuld die we historisch op ons hebben geladen. Om het samen te vatten: jammer dat de auteurs weer blijven steken in een gemakzuchtige en zelf-feliciterende kritiek op “Wilders” (al noemen ze zijn naam niet). Ze gaan wéér de grote kwestie uit de weg: namelijk dat onze confrontatie met de islam en vooral de zelfconfrontatie van de Mohammedanen in West-Europa met de reële islam in heden en verleden onontkoombaar zal zijn. De auteurs willen graag dat de Mohammedaanse medemens ook gezien wordt als “deel van de oplossing”. Welnu, dan ligt hier dé kerntaak van de genoemde medemens: zelfkritisch worden. Behalve die confrontatie gaan de auteurs natuurlijk ook de Moeder van Oplossingen uit de weg. Want hoe lang is het alweer geleden dat wijlen Hendrik-Jan Schoo (“De Verwarde Natie”) vaststelde dat het uiteindelijk toch een keer over aantallen zal moeten gaan bij immigratie. En met name als het om Mohammedanen gaat, zou ik eraan willen toevoegen. Want het is een illusie te denken dat de islamisering en de verloedering van dit continent-puntje, West-Europa, gestopt kan worden zonder een rigoureus verbod op alle immigratie uit het islamitisch cultuurgebied. Zo gezien is dit soort goedbedoelende, “kritische” stukken zelfs gevaarlijk: het gevaar wordt niet echt onderkend en de echte remedies worden niet eens genoemd. De auteurs schermen met de term “irrationeel”. Maar ik denk dat ze zelf irrationeler bezig zijn dan een alarmist als Wilders. Onze Blonde Kamper, zoals ik hem graag noem, is tenminste bezig met de realiteit, deze auteurs zijn toch weer vooral bezig hun intellect en morele verhevenheid te etaleren. Hedonistische zelfprofilering ten koste van zicht op de werkelijkheid. Onze kinderen zullen hen dankbaar zijn. Om volledig te zijn nog een tweede punt van fundamentele kritiek: de auteurs hebben het over de “vrijheid van meningsuiting”. Blijkbaar vatten ze die absoluut op, met als enige beperking de bekende formule “behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet”. Dat vind ik te weinig. Ieder mens beslist in laatste instantie vanuit zijn eigen geweten wat hij tolereert of niet. Onder misdadige regimes wordt dat beslissen een dure plicht. Dan krijgt die parmantige “verantwoordelijkheid voor de wet” een héél ander inhoud . . . . . Ik eis het recht op openlijk te verkondigen dat ik de islam in principe zou willen verbieden. Concreet: alle publieke manifestaties van dat geloof. Je kunt er over twisten of zo’n maatregel verstandig is, maar niet of hij fatsoenlijk is, gezien het anti-humane en totalitaire karakter van deze ideologie. Er is veel opgeblazen kritiek geweest op die rare Wilders die toch wel helmaal gek geworden was met zijn eis de koran te verbieden. Niet Wilders is hier gek en onfatsoenlijk, maar de deftige kritici. Er ligt 1400 jaar gruwelijke geschiedenis en een wereldwijde realiteit van dit “geloof” ter instructie klaar voor de onwetenden. Het is bizar en verontrustend dat degene die dat door een principieel verbod aan de kaak wil stellen, voor “gek” wordt uitgemaakt Als iemand met veel aplomb tegen mij zegt, zoals ex-communist Paul Scheffer ooit deed: “Wil jij dat Wilders mag zeggen dat de Koran verboden moet worden? Ja? Dan moet je ook toestaan dat de Koran te koop is en gepropageerd wordt “ -- dan ben ik zo vrij van die vraag, en vooral van dat Kommissar-aplomb waarmee hij gesteld wordt, niks te begrijpen. Hoezo moet ik, met voorbijgaan aan de inhoud van standpunten, deze formalistische redenering onderschrijven? Als je Dick Trom toestaat, moet je ook Mein Kampf niet verbieden? Als je voor de vrijheid van slagroom op flensjes bent, moet je ook de boerka tolereren? Wie bier drinkt, moet ook niet vies zijn van uithuwelijking? Dit formalisme is toch volstrekte waanzin? Het gaat om inhoud. En ik zeg dat het Goede mag spreken en het Kwaad moet zwijgen. Ik maak uit wat dat Goede en dat Kwade is. Dat kan niemand voor mij doen. Wij moeten allemaal tenslotte zelf uitmaken wat we nog tolereren en wat niet. En ik zeg dat de islam in principe niet getolereerd zou moeten worden. In principe, wat in de praktijk het verstandigst is, moeten we maar eens bespreken. In elk geval lijkt het verstandig het bovenstaande eens te zeggen. Want het “begrip” waarmee dit “geloof” en deze “cultuur” ook door kritici als Terstall en Zwagerman toch nog tegemoet getreden wordt, dient principieel bestreden te worden. Het “anything goes” dat ik hierachter vermoed, is een overblijfsel van jaren-60-extremisme: “verboden te verbieden”. “Das Absolute ist die Gefahr aller Zeiten” , zei Thomas Mann, maar de Geschichtsvergessenheit in deze slogan, het totale voorbijgaan aan alles “was mann von der Natur der Menschen weiss” ( óók Thomas Mann) spant wel de kroon.
|
|


