advertentie
logo
advertentie
Mijn grenzen aan de vrijheid van meningsuiting.

KASSANDER - 22 JUNI 2008


Een uitnodiging aan Paul Scheffer

Als we het hebben over de Onbeperkte Vrijheid van Meningsuiting (OVvM), dan bedoelen we doorgaans de onbeperkte-vrijheid-van-meningsuiting-behoudens-ieders verantwoordelijkheid-voor-de-wet.
 
De voorstanders van deze OVvM (Afshin Ellian, Paul Scheffer) zeggen altijd ongeveer dit: “Als je voor jezelf vrijheid van meningsuiting eist, zul je diezelfde vrijheid ook aan een ander moeten gunnen.”
 
De aanhangers van deze these doen mij denken aan een anecdote rond Lenin, die ik uit mijn herinnering opschrijf en die ik, meen ik, ooit eens bij Ger Harmsen heb gelezen. Lenin schijnt eens een toespraak te hebben gehouden voor communistisch partijkader en kwam daarbij te spreken over de dialectiek. Hij hield een glas omhoog en begon over het enerzijds-anderzijds dat je allemaal rond dat glas kon dialectieken. Op een gegeven moment keilde hij het echter de zaal in en zei zoiets als: maar zie, door deze handeling wordt dat glas ineens een projectiel.
 
Lenin’s boodschap is duidelijk: blijf niet in je abstracte constructies hangen, maar kijk naar de materiële en concrete werkelijkheid. In diezelfde geest zou ik de these van de aanhangers van de OVvM-voor-allen in de vuilnisbak willen keilen. Ik vraag: waarom moet ik aan ieder ander en aan iedere andere mening dezelfde vrijheid en ruimte gunnen die ik voor mezelf en mij eigen meningen claim? Waarom zou ik er niet vóór kunnen zijn propaganda voor flensjes mét slagroom te tolereren en propaganda voor flensjes zónder slagroom te verbieden? Waarom zou ik er niet vóór kunnen zijn propaganda voor een verlicht christendom te tolereren en propaganda voor elke vorm van islam te verbieden? 
 
Voor mij is de vrijheid te mogen proberen te bepalen hoe ik mijn leefwereld wil inrichten belangrijker dan de OVvM. Bij die poging tot inrichting wil ik vrij zijn bepaalde meningen te kunnen verbieden als ik daarvoor de (politieke, militaire etc.) macht kan mobiliseren, waarbij ik natuurlijk altijd een in mijn ogen fatsoenlijke afweging zal maken tussen mijn doel (de “ideale” inrichting van mijn leefwereld) en de middelen die ik daarbij inzet.
 
„Ja, daar heb je nou al drie keer mee gedreigd”, zei Paul Scheffer me onlangs in een kroeg-gesprekje over de Vrijheid van Meningsuiting en de Vrijheid van Godsdienst. Ik had inderdaad al een paar keer gezegd dat we ons meningsverschil op die punten maar eens schriftelijk “tot het gaatje “ moesten uitvechten. Bij deze is Scheffer uitgenodigd mij te antwoorden.  In “Het Land van Aankomst”, p. 421, schrijft Scheffer:
 
    “Vrijheid van meningsuiting is een groot goed en het is bevreemdend om te zien hoe de verdedigers ervan voortdurend in de verleiding komen om die vrijheid te ontzeggen aan religieuze stromingen van orthodoxe huize. (…) Pleidooien voor een gekuiste versie van de Koran zijn even onzinnig als pleidooien om uit naam van wetten tegen godslastering de Koran in bescherming te nemen tegen critici. Het principe moet duidelijk zijn: godsdienstvrijheid en godsdienstkritiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.”
 
 Scheffer’s stelling is dus dat die twee Vrijheden, de VvM en de VvG, absoluut zijn en ik neem aan dat ook hij vindt: behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet .
 
Maar hier hebben we dus precies het punt. Wat is de wet? Wie maakt uit of de wet rechtvaardig dan wel misdadig is? Het zou kunnen zijn dat na “godsdienstkritiek” een gemeenschap tot de conclusie komt dat hun ideologie grotendeels eigenlijk maar een verzameling wrede krankzinnigheden is, en er nodig wetten moeten worden geschrapt, aangepast , dan wel geheel omgedraaid. De “wet” is in het verleden ook nogal eens de wreed-krankjoreme kant op veranderd.  Atilla de Hun, Mohammed, Robespierre, Stalin, Hitler, Pol Pot, Mao – enfin, loop de encyclopedie eens door – hebben dat laten zien. En in al die tijdperken stond je daar toch maar mooi als individu met de vraag: gehoorzaam zijn aan de (nieuwe) wet of niet? Mijn stelling is op deze manier vanzelf duidelijk: elk individu beslist in laatste instantie volgens eigen geweten wat de wet is, of hoort te zijn. 
 
Mijn geweten onderzoekend, met inzet van al wat ik aan ratio en morele oordeelskracht kan opbrengen, heb ik nu besloten dat ik het in principe eens ben met Geert Wilders: je zou de Koran moeten verbieden en wat mij betreft de hele uitoefening van die godsdienst, inclusief alle symbolen ervan, van hoofddoek tot niqaab en boerka, overal in de publieke ruimte. Dat lijkt mij de enige manier om een sfeer te scheppen waarin het mensen duidelijk gemaakt kan worden dat het niet fatsoenlijk is deze totalitaire ideologie aan te hangen, dat de islam een gruwelgeschiedenis van 1400 jaar achter zich heeft , actueel wereldwijd overal gruwel-samenlevingen in stand houdt en een steeds grotere bedreiging aan het vormen is voor het Vrije Westen. Samuel Huntington heeft aangetoond dat de islam nog nooit ergens in vrede en gelijkberechtiging heeft kunnen samenleven met andersdenkenden. Overal  en altijd heeft de islam “bloedige grenzen”. Paul Scheffer meent optimistisch dat het huidige experiment nog nooit is vertoond - islam als minderheid in een Westerse cultuur- en dat het deze keer misschien best wel gaat lukken. Ik zie voor dat optimisme geen enkele reden, integendeel.
 
Als Paul Scheffer dus tegen mij zegt  -- “Wil jij dat Wilders mag zeggen dat de Koran verboden moet worden? Ja? Dan moet je ook toestaan dat de Koran te koop is en gepropageerd wordt “ -- dan ben ik zo vrij daarvan niks te begrijpen. Hoezo moet ik, met voorbijgaan aan de inhoud van standpunten, deze formalistische redenering onderschrijven? Als je Dick Trom toestaat, moet je ook Mein Kampf niet verbieden? Als je voor de vrijheid van slagroom op flensjes bent, moet je ook de boerka tolereren? Wie bier drinkt, moet ook niet vies zijn van uithuwelijking? Dit formalisme is toch volstrekte waanzin? 
 
Een eindje verder in zijn boek heeft Scheffer het over “een kwetsbare norm, die moet worden verdedigd”, namelijk onze “recente verworvenheid” dat vrouwen en homo’s dezelfde rechten hebben als hetero-machootjes. Maar Scheffer heeft wel een inperking:    “De emancipatie van vrouwen of homoseksuelen wordt over het geheel genomen ervaren als vooruitgang, ook al kan niemand worden gedwongen om zulke gedachten tot de zijne te maken.” 
 
Oh neen? Nou wat mij betreft dus wel. Discriminatie van vrouwen en homo’s moet verboden zijn omdat het racisme is. Vrouw en homo zijn is namelijk doorgaans iets wat aangeboren en genetisch is. Wie daarop discrimineert is bezig met het echte racisme. Anti-islam zijn, “islamofoob”  zijn echter is het fatsoenlijkste wat een mensen tegenwoordig zo’n beetje kan zijn en is het tegendeel van racisme en “fascisme”. 
 
Scheffer, p. 440: “Wanneer we erin slagen om het idee van godsdienstvrijheid trouw te blijven en de vele moslimimmigranten te integreren in onze samenlevingen, dan hebben we een voorsprong op de rest van de wereld.” Hoezo is godsdienstvrijheid “trouw” blijven een voorwaarde? Dus nóg maar eens: mij lijkt juist dat het verbieden van de islam de enige mogelijkheid is om de misdadigheid van deze ideologie grondig aan de kaak te stellen. Waarom moet ik een racistische Übermenschen-ideologie die oproept tot vrouwenhaat, homohaat, Jodenhaat, misleiding en geweld tolereren? Waarom moet ik een ideologie tolereren die al 1400 jaar een bedreiging is voor mijn cultuur en dat in steeds sterkere mate wordt?
 
Scheffer. P. 420: “Mensen moeten de mogelijkheid hebben om hun privé-leven naar eigen goeddunken vorm te geven, ook als ze hierin afwijken wat een meerderheid voor wenselijk houdt, zolang de vrijheid van anderen maar niet wordt beperkt.” Proef ik hier de suggestie dat je achter de voordeur je eigen kinderen mag indoctrineren met een woestijn-ideologie uit het geestelijk stenen tijdperk en je vrouw mag onderdrukken? Is de islamitische vrouw, een kind van een moslim niet “anderen”?
 
Scheffer, p. 420: “Zo is het te verdedigen dat overheden proberen om meisjes ertoe te bewegen na het aflopen van de schoolplicht hun opleiding te vervolgen en een zelfstandige invulling te geven aan hun leven, ook als dat niet overeenkomt met een traditionele uitleg van hun rol.” Een “traditionele uitleg van hun rol” is in de islam al 1400 jaar: puur racisme tegen vrouwen, onderdrukking, geweld, moord. Waarom moet hier zo voorzichtigjes over worden gedaan?
 
Er is een hoop quasi-geleerdheid besteed aan de Vrijheid van Meningsuiting & Vrijheid van van Godsdienst.  Ik haak aan bij het dieptedenken van Rob Wijnberg , redacteur van NRC-next. Hij haalt een juiste stelling aan van Stanley Fish: de VvM wordt begrensd door “een idee van goed en kwaad”. Inderdaad, en wel mijn eigen idee van goed en kwaad, want ik heb geen ander om me aan vast te houden. Maar Wijnberg wil uitstijgen boven Fish. Hij citeert Fish slechts als opstapje naar een eigen stelling. “Nu komt de paradox van de meningsvrijheid in zicht”, kondigt hij die stelling omineus aan. En dan komt het: “Maar meningsvrijheid is nu juist de enige vrijheid die we kennen, die als doel heeft de (definitieve) vaststelling van dát ‘idee van goed en kwaad’ op te schorten.”
 
Neem mij niet kwalijk, zeg, maar wat een quasi-diepzinnig gezwatel! Hoezo is de mening „Die Juden sind unser Unglück!“ nog niet definitief een kwaadaardige? Dat is precies een van de redenen waarom ik de islam zou verbieden, omdat dat geloof doordrenkt is van precies die opvatting. 
 
Wijnberg: “(…) zodra je stelt dat iets niet mag worden gezegd is het hek van de dam. Want, op grond van hetzelfde argument kan dan jouw pleidooi ook als ‘’grensoverschrijdend’ worden bestempeld.”
 
Zeker, dat hek kan van de dam geraken.  Maar dan vooral in een wereld waarin alle inhoud aan formele redeneer-structuurtjes wordt opgeofferd.   Maar in de echte wereld van de volwassen mens, daar waar de jaren des onderscheids zijn bereikt, daar weten we dat culturen het ene wel toestaan en het andere niet. Bijvoorbeeld: wél Joden vergassen, wél vrouwen terroriseren, wel “koelakken” naar Siberië, maar geen gehandicapten in leven laten, homo’s als mensen zien of kritiek toestaan op het anti-humane systeem   Een geestelijk volwassene weet dat de Westerse cultuur beter, machtiger, moreler, humaner en intelligenter is dan al die andere. Dat die cultuur gelouterd is in oceanen van bloed, dat er iets te verdedigen valt tegen dwazen die de barbaren-hordes verwelkomen met complexeuze quasi-geleerdheid.
 
“Tornen aan meningsvrijheid is, kortom, tornen aan de grondslag van onze samenleving” , zegt Wijnberg. Ik zou zeggen: het verkondigen van dit “anything goes” van het postmodernisme en cultuurrelativisme heeft de laatste jaren bewezen dat het mogelijk is het Vrije Westen kapot te krijgen. Als er ergens een “hek van de dam” gaat dan is het wel bij dat “verboden te verbieden”- relict van jaren-60-extremisme.