advertentie
logo
advertentie
Fatsoen en onfatsoen op Het Vrije Volk

MARCEL VREEMANS - 01 JUNI 2008


Een korte beschouwing en enquete (!)

Persoonlijk ben ik allergisch voor het woord fatsoen. Niet alleen omdat het mij doet denken aan Balkenende, Hirsch Ballin, Rouvoet en Dijsselbloem, maar ook omdat het te pas en te onpas wordt gebruikt om andermans mening in diskrediet te brengen en de boodschapper te marginaliseren. En bovendien omdat het woord fatsoen een vaag begrip is dat, zo het de duider uitkomt, voor meerdere uitleg vatbaar is.

Zo lijkt het (incidenteel) gebruik van scheldwoorden of krachttermen een onfatsoenlijke bezigheid, maar voor anderen is het juist een functionele vorm van provocatie, waarmee een zaak op scherp wordt gezet en de discussie wordt losgetrokken. Anderszins lijkt een gekuist woordgebruik het summum van fatsoen, maar kan de boodschap evenwel van een ongekende grofheid zijn. De nette en fraaie bewoordingen in het voorstel tot uitbreiding van het verbod op smalende Godslastering, verliezen hun waarde, als het om niets minder blijkt te gaan dan een zeer onfatsoenlijke manier om mij het zwijgen op te leggen. Zo stond ook Adolf Eichmann bekend om zijn hoffelijkheid en goede omgangsvormen, maar niemand zal durven te bestrijden dat zijn werk en methoden van een onvoorstelbaar onfatsoen getuigden.

De typering fatsoen of onfatsoen is ook nogal afhankelijk van de persoon waarover wordt gesproken. Youp van ’t Hek en Paul de Leeuw pakken in veel van hun columns en optredens op ongelooflijke wijze uit en slingeren smakeloze en onfatsoenlijke affronten de wereld in, waarbij heel wat rechtse politici het moeten ontgelden. Maar ze kunnen intussen niet stuk bij het overgrote deel van de linkse kerkgangers en worden geprezen om hun uitgesprokenheid en humor. Niemand zal het wagen om hen te beschuldigen van of aan te spreken op onfatsoenlijk gedrag .

In de journalistiek is het al net zo.  Andries Knevel wordt door zijn tegenstanders van onfatsoen beschuldigd als het gaat om de wijze waarop hij zijn gasten onderbreekt, maar Twan Huys wordt er door hen tegelijkertijd om bewonderd. Hij wordt kritisch genoemd en geroemd om zijn vrijpostige vasthoudendheid en het niet laten ontsnappen van ontwijkende politici.

Ook hangt de erkenning van onfatsoen af van het feit hoe bekend je bent. Als onbekende scribent wordt je al gauw verweten onheus bezig te zijn. Maar als Bekende Nederlander kom je er gemakkelijk mee weg en word je er juist voor op een voetstuk geplaatst. Mensen als Theo van Gogh of Prem Radhakishun zouden als onbekende Nederlanders al snel op allerlei fora en weblogs zijn/worden geweerd, maar  toen zij eenmaal bij het grote publiek bekend waren werden zij uitstekende aanjagers van het debat genoemd, echte narren die op goede wijze de discussie op scherp zetten.

En tot slot zijn fatsoen en onfatsoen vrijwel onbruikbare begrippen in de kunst. Met gemak kunnen de cartoons van Gregorius Nekschot onfatsoenlijk worden genoemd, of anders de aanstootgevende (?) foto’s van Sooreh Hera. Gelukkig is menigeen verontwaardigd over wat hen is overkomen. En zo hoort het wat mij betreft ook.

Het begrip fatsoen is zodanig multi-interpretabel en zo vaak als politiek wapen ingezet dat ik er een stevige aversie tegen heb ontwikkeld. Ik laat me er dan ook niet echt door leiden. Soms acht ik het noodzakelijk scheldwoorden en krachttermen te gebruiken (overigens lang niet altijd) om mijn verontwaardiging te tonen en onomwonden mijn boodschap over te brengen. Anderen kunnen zich daaraan storen. Het zij zo. Ik denk zelf dat normen van fatsoen in het debat maar moeilijk kunnen en mogen worden opgelegd en dat herhaald en overdreven onfatsoen zichzelf afstraft. Zodra het namelijk de boodschap gaat overschaduwen, niet gepaard gaat met enige humor en een doel op zich lijkt te worden zal niemand de boodschapper nog serieus nemen. Maar heel soms is ingrijpen echter noodzakelijk, bijvoorbeeld als het gaat om weblogs die hun bestaansrecht of goede naam zien aangetast.

In een mooie column van Eddy Terstall en Marcel Duyvestijn (PvdA) over provocatie, een begrip dat maar al te vaak in één adem wordt genoemd met onfatsoen (door de geprovoceerde), wordt nog eens duidelijk hoe belangrijk het is om niet te zeer op je woorden en daden te letten. Het lezen de moeite waard.

Er schijnt een discussietje rond te waren over fatsoen en onfatsoen op HVV. Ik ben benieuwd naar uw mening en heb een mini-enquete ontwikkeld. U zou mij een groot plezier doen deze even in te vullen. Let wel: ik ben niet van de HVV redactie, het betreft een persoonlijk initiatief! Binnenkort zal ik de resultaten hier presenteren.


N.B.

1) Laat u zich bij het invullen vooral niet leiden door mijn artikel en geef onomwonden uw mening!

2)  In een van de vragen gebruik ik een eigen column als voorbeeld.
Het gaat om deze(Het is handig die eerst nog even te lezen!)


HIER DE ENQUETE!