De hypocrisie van Anja Meulenbelt
JAAP DE WREEDE - 04 MEI 2005SP-senator Meulenbelt is tegen racisme, maar maakt een uitzondering voor antisemitisme. Illustratie: Fokje Schaapman Bevrijdingsdag wordt ook dit jaar aangegrepen door de meest uiteenlopende linkse activisten. Opvallend is dit jaar de aanwezigheid van een organisatie die de samenwerking met antisemieten niet schuwt. Zolang het maar gaat om linkse antisemieten. Op diverse Bevrijdingsfestivals in het land zal Samen Tegen Racisme kraampjes hebben en actief zijn. Linkse activisten houden ervan rookschermen op te werpen, maar Samen Tegen Racisme is in werkelijkheid niets anders dan een gelegenheidsnaam van de Internationale Socialisten. Dat is een trotskistische actiegroep die veel voetvolk levert voor gewelddadige internationale betogingen. Nauw betrokken bij hun ‘antiracistische’ acties van de laatste tijd is SP-senator en schrijfster Anja Meulenbelt. Dubieuze internetactivist Op 27 februari van dit jaar was Meulenbelt een van de sprekers op de oprichtingsbijeenkomst van Samen Tegen Racisme in de Amsterdamse Melkweg. Initiatiefneemster Miriyam Aouragh: ‘Onze doelstelling is om in ieder dorp, iedere stad en iedere wijk weer anti-racisme comités van de grond te krijgen en actie te voeren, bijvoorbeeld tegen een verbod van de hoofddoek of discriminatie op de werkvloer of bij discotheken.’ De Internationale Socialisten zijn kennelijk van plan kritiek op de islam overal de kop in te drukken. Maar er is meer. Meulenbelt, wier foto prijkt op de website van Samen Tegen Racisme, is wel een heel bijzonder uithangbord tegen racisme. Want zij verspreidt persoonlijk teksten die door velen als antisemitisch worden gezien. Meulenbelt is een pleitbezorger van de Palestijnse zaak en in die hoedanigheid promoot zij het werk van de dubieuze internetactivist Israel Shamir. ![]() Joodse macht Israel Adam Shamir is een in 1947 in Siberië geboren jood. Hij werd zionist en emigreerde in 1969 naar Israël. Maar toen hij zag dat niet-joden daar werden gediscrimineerd, raakte hij teleurgesteld in de joodse staat. Hij werd actief voor de communistische partij Mapam. Tijdens de eerste intifada werkte Shamir voor de Israëlische krant Ha’aretz, maar hij werd ontslagen toen hij in een artikel pleitte voor een volledige terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen naar hun dorpen. Volgens zijn website woont Shamir in het Israëlische Jaffa, maar volgens zijn tegenstanders is hij in werkelijkheid een Zweed. Met zijn vaardige pen weet Shamir veel mensen in de Palestijnse solidariteitsbeweging voor zich te winnen. Toch zijn zijn uitspraken niet bepaald onomstreden en al zeker niet poltiek-correct. ‘Naar mijn mening,’ schrijft Shamir, ‘is de vijand het georganiseerde jodendom dat streeft naar wereldheerschappij.’ De aanslagen van 11 september 2001 schrijft hij toe aan Israël. En ook de media worden volgens Shamir beheerst door ‘de’ joden. En hoewel Shamir een bewonderaar is van het communistische Cuba en in extreemlinkse media publiceert, pleit hij voor samenwerking met extreemrechts in de gezamenlijke strijd tegen de ‘joodse macht’. Rechts-radicalen accepteren zijn uitgestoken hand met graagte. Zo nodigden Amerikaanse Holocaustontkenners Shamir vorig jaar uit voor een congres, maar zijn optreden ging niet door omdat hij te veel geld vroeg. Christusmoordenaars Ook in kringen van linkse Amerikanen wordt de antizionist bewonderd. In 2001 was hij in de VS op uitnodiging van progressieve activisten. Shamir ging toen op zoek naar een sponsor die een tournee langs Amerikaanse kerken kon organiseren. Vooral conservatieve christenen hadden zijn belangstelling. Hij wilde zijn toehoorders ervan overtuigen dat Sharon ‘de joodse antichrist’ is. Hetzelfde jaar zette hij een ‘Paasboodschap’ op het net, waarin hij joden die zich niet tegen Israël verzetten, bestempelt tot ‘Christusmoordenaars’. Zelfs sommige Palestijnen vonden dat de teksten van hun pleitbezorger te ver gingen. In april 2001 spraken twee Palestijns-Amerikaanse actievoerders hun ongerustheid uit over Shamir. Maar de meeste pro-Palestijnse activisten weigerden zich van de schrijver te distantiëren. Ze deden er alles aan om zijn retoriek goed te praten. De ‘joodse lobby’ zat volgens hen achter de kritiek. Joodse en gojse eigendommen Ook Anja Meulenbelt heeft meer oog voor het ‘racisme’ van mensen als Theo van Gogh en Geert Wilders dan voor de jodenhaat van sommige van haar moslimbroeders. Dat bleek wel in 2002. Om te bewijzen dat er ook kritiek van joden op Israël bestaat, stelde de activiste toen het boek Een spiegel liegt niet samen. In dit – gesubsidieerde – werkje zijn twee teksten van Israël Shamir te vinden. ![]() In de eerste tekst, ‘De lakmoesproef’, laat de auteur weer eens zien dat hij in de collectieve schuld van een volk gelooft. Shamir: ‘Zwarte dagen zijn op het Israëlische volk neergedaald; zwart omdat alles wat onze vaderen en wijzelf gezegd, beweend en bejammerd hebben, zo echt is gebleken als een drie-dollarbiljet. (…) Joden hebben geprotesteerd tegen discriminatie op het werk en op middelbare scholen. Maar nu hebben wij een systeem van totale nationale discriminatie in het leven geroepen.’Ook de in Rusland levende joden moeten eraan geloven: ‘Toen de joden in 1991 in Rusland pleitten voor het recht op particulier bezit, het communisme trotserend, doelden ze alleen op joodse rechten – want het particuliere bezit van de goj wordt door ons vrijelijk geconfisqueerd, alsof het aan niemand zou toebehoren.’Dit brengt Shamir op de ‘joodse magnaat Gusinsky’, die actief is in Rusland. ‘Niet zo lang geleden deed hij een beroep op de wereldgemeenschap toen Rusland bezig was met een poging de televisie uit zijn klauwen te bevrijden. Zijn steun voor Israël betekent dat Gusinsky het eens is met apartheid en arrestaties gebaseerd op etniciteit. Hij is alleen tegen confiscatie van joodse eigendommen.’ Volkerenmoord Het tweede door Meulenbelt uitgekozen artikel heet ‘De Poel van Mamilla’. Hierin zet Shamir de stereotiep van de klaaglijke jood neer. Na een schets van de ‘sluipende volkerenmoord’ op de Palestijnen spot de schrijver: ‘Dit is het punt in ons heldenverhaal waarop de Goede Jood geacht wordt zijn zakdoek te voorschijn te halen en uit te roepen: ‘Hoe konden wij, eeuwige slachtoffers van vervolging, toch zulke misdaden begaan!’’ Even verderop krijgt het judaïsme de zwarte piet. ‘Wij joden zijn er tot nog toe niet in geslaagd die hooghartige geest van het ‘uitverkoren zijn’ uit te bannen, en bevinden ons nu in een zeer lastig parket.In haar inleiding schrijft Meulenbelt cynisch dat er in de Israëlische pers ‘nogal wat ophef’ wordt gemaakt over het herlevende antisemitisme in Europa. Inreactie op de ophef citeert ze Shamir: ‘We waren tegen racisme zolang het tegen ons gericht was. We waren tegen getto’s zolang wij erin moesten.’ Vervolgens schrijft Meulenbelt: ‘Er is een groot verschil tussen antisemitisme en kritiek op de daden van de Israëlische regering. De auteurs in dit boek zetten zich in voor een Israël dat mensenrechten respecteert en zich aan het internationale recht houdt.’ Een groeiend aantal buitenlandse collega’s van Meulenbelt denkt in elk geval anders over haar betrokkenheid bij Shamir. Steeds meer activisten in Scandinavië, de VS en Groot-Brittannië willen niets meer met de Rus te maken hebben.
In de Nederlandse media is de discussie over het dubieuze karakter van Shamirs stukken echter nog niet begonnen. Ondertussen woekeren zijn denkbeelden voort onder activisten die bij hoog en bij laag volhouden tegen discriminatie te zijn. Jaap de Wreede is onderzoeksjournalist. Hij schreef onder meer voor NRC Handelsblad, Skrien en Klokkenluider Online. Hij is medeoprichter van Platform de Krijger Platform de Krijger, een denktank die de westerse cultuur als uitgangspunt neemt. |
|




