advertentie
logo
advertentie
Niet de islam is het probleem

ENCINA NAVAN - 13 APRIL 2010


Het westen gaat door een crisis omdat het ideologie belangrijker vindt dan de werkelijkheid.

 
De Hoge Raad heeft uitgesproken dat vrouwen in de SGP moeten kunnen deelnemen aan alle processen in de partij (verslag uitspraak), dus ook verkiesbaar moeten kunnen zijn. De handelwijze van de SGP is namelijk in strijd met het VN-Vrouwenverdrag, dat op zijn beurt een uitwerking is van de Universele Rechten van de Mens. De Hoge Raad heeft verklaard dat dit Vrouwenverdrag ook in Nederland ‘rechtstreekse werking’ heeft, hetgeen concreet betekent dat de SGP niet meer expliciet vrouwen mag verbieden zich verkiesbaar te stellen.
 
Amanda Kluveld vraagt zich terecht af tot welke toestanden deze interpretatie gaat leiden (artikel).
De opvatting van de SGP is gebaseerd op de tekst van de 1ste brief van Timoteus 2: 11 en 12, waarin staat dat vrouwen geen leiding mogen geven aan mannen.
Hierbij vraag ik me in de eerste plaats af in hoeverre politici daadwerkelijk ‘leiding geven’. Meestal reageren ze op wat in de krant staat en maken ze daar een verhaaltje bij.
In de tweede plaats zitten er bij de SGP voornamelijk vrouwen die, als ze Timoteus 2:11 echt in praktijk brengen, zich toch niet verkiesbaar zullen willen stellen. Een vrouw die met een SGP man trouwt, weet waar ze aan begint.
In de derde plaats staat het vrouwen die getrouwd zijn met een SGP-man, vrij om zich verkiesbaar te stellen voor een andere partij of te scheiden van hun man.
 
De uitspraak van de Hoge Raad zal dus zonder betekenis zijn in de echte wereld, echter wel in de ideologische wereld, waarin de illusie van gelijkheid zaligmakend is. De oplossing is dat de SGP haar standpunt gewoon nergens opschrijft en iedereen leeft gewoon door. Desnoods zet de SGP een verkiesbare vrouw op de lijst van om van het gezeik af te zijn. Na eventuele verkiezing zegt deze vrouw, net als mevrouw Pechtold, dat ze echt wel iets beters te doen en staat ze haar zetel af.
 
Gelijkheid voor de wet was ooit alleen bedoeld om rechtsongelijkheid te voorkomen: een arbeider mocht niet zwaarder gestraft worden dan een edelman, straffen in Groningen mochten niet anders zijn dan in Zeeland. Tegenwoordig wordt de wet werd niet meer toegepast op gelijke gevallen maar op alle gevallen. De wet wordt gebruikt om een politieke doctrine op te leggen aan de samenleving en mensen te dwingen gebruik te maken van rechten, ook als ze dat niet willen.
(Nationaal-) socialisten noemden dat Gleichschaltung. Organisaties die afweken van wat de (nationaal-) socialisten werden gedwongen om hun statuten te veranderen of zichzelf op te heffen. Het mooie van wat in Nederland nu gebeurt, is dat het allemaal zo keurig in orde lijkt en wettelijk goed geregeld: eerst de PVV, nu de SGP.
Neem nu de volgende tekst:
 
Voor de mens is de religie een contract tussen hem en zijn schepper (Allah). Daar kan een ander mens niets aan veranderen, sterker nog, daar mag een ander mens niets aan veranderen.
 
Deze staat in artikel 2.1. van het Visiedocument van de Nederlandse Moslim Partij. In artikel 1.2. staat bovendien dat de NMP de blinde toepassing van de sharia afwijst.
Dat klinkt goed, maar laat het geheel even goed op u inwerken.
Onderdeel van de sharia is de hudud (lijfstraf) en de jihad (het streven naar islamisering in het hele leven). De sharia is een deel van koran en soenna, dus deel van het contract tussen mens en schepper zoals in het Visiedocument beschreven. Jihad is volgens de sharia fard, dat wil zeggen zowel een individuele als een collectieve verplichting.
De ogenschijnlijk milde bewoordingen van het Visiedocument versluieren een explosieve inhoud: namelijk het streven naar islamisering en invoering van sharia.
Zal de Hoge Raad zich ooit genoodzaakt zien hier een uitspraak over te doen? Bijvoorbeeld dat ex-moslims verkiesbaar moeten zijn in de NMP, naast homo’s, naast moslims die nadrukkelijk secularisme uitdragen? Of zal niemand het in zijn hoofd halen om een dergelijk proces op te starten, uit vrees hetzelfde lot te ondergaan als Rushdie?
 
Mensen zijn niet in alle gevallen gelijk. Gelijkheid is een betekenis en kan niet ‘gemaakt’ worden, net zo min als geluk, tevredenheid, harmonie, enzovoort. We moeten leren aanvaarden dat er beperkingen zijn verbonden aan het menselijke bestaan en dat die beperkingen zich uiten in ongelijkheid in resultaat, maar we moeten tegelijkertijd die beperkingen NIET gelijk te stellen aan algemene ongelijkheid voor de wet. Het is deze laatste angst die ons er toe drijft om alle ongelijkheid te vuur en te zwaard te bestrijden. Het is een angst die ingegeven wordt door de ziekelijke zucht naar erkenning door andere culturen. De vraag die de Hoge Raad stilzwijgend aan ons voorlegt luidt: waarom storen niet-SGP’ers zich eigenlijk aan het feit dat SGP vrouwen niet verkiesbaar zijn?
 
Het onderscheid tussen gelijkheid en het scheppen van gelijke omstandigheden is niet van toepassing op SGP vrouwen, omdat die immers een overtuiging hebben die overeenkomt met die van het bestuur. Ze worden niet onderdrukt.
 
Waarom zijn Europeanen toch zo op zoek naar universele erkenning? Het is een onderdeel van de Europese cultuur geworden om het eigene voortdurend te onderzoeken en te twijfelen. Descartes had beter kunnen zeggen: ik twijfel, dus ik ben Europees.
 
Deze houding past bij een continent waar de volkeren verwante talen spreken, waar veel verbindingswegen zijn en de landbouw hoog ontwikkeld is. In andere continenten zijn deze factoren veel minder sterk aanwezig en dus ook de bijbehorende denkwijzen veel minder ontwikkeld. Het is dus niet vanzelfsprekend te veronderstellen dat alle culturen zich op het punt van de belangstelling voor het afwijkende hetzelfde zullen opstellen als de Europese cultuur – en toch is dit laatste de denkfout die we voortdurend maken.
 
Het is natuurlijk enorm strelend voor ons ego om te denken dat Europa het toppunt van menselijke ontwikkeling is. Dat standpunt zou zonder betekenis zijn zonder andere volkeren, die dezelfde ‘universele’ eigenschappen hebben, maar iets minder ver in ontwikkeling. Indien zou blijken dat die culturen fundamenteel anders zijn, krijgt het begrip universeel een andere betekenis.
 
De islam is daarvan een voorbeeld. Europeanen zien ontzettend graag iets in islam dat er niet in aanwezig is. Wanhopig proberen ze de islam in te passen in hun eigen denkkader. Dit kader zegt moslims in het geheel niets, maar levert wel voordelen voor hen op. De hardnekkigheid waarmee Europeanen de werkelijkheid proberen aan te passen bij de illusie van gelijkheid moet in andere culturen vooral een tragische indruk maken.
 
Toch wemelt het van de wereldverbeteraars die hardnekkig streven naar het maken van iets dat alleen in de beleving kan bestaan. Het meest verschrikkelijke gevolg van de gelijkheidswaanzin is de noodzaak alle culturen en geloven ‘gelijk’ te maken. Islam moet dus een religie van vrede zijn, want is dan gelijk aan christendom en boeddhisme. Dan kunnen we allemaal weer gerust gaan slapen. Onze vergelijkingen zijn dan weer kloppend gemaakt.
 
Eén gevolg hiervan is dat islamisme en islam twee verschillende zaken moeten zijn. Islamisme heet dan bijvoorbeeld ‘de politieke islam’ of ‘de opinie van een kleine groep’. Een voorbeeld hiervan is de reactie van Charles Krauthammer op Wilders (artikel). Hij noemt Wilders ‘extreme, radical and wrong’ omdat deze het verschil niet maakt tussen islam en islamisme.
 
Krauthammer’s redenering is een typisch voorbeeld van overhaaste generalisatie. Hij stelt vast dat ook in een land waar politieke islam voorkomt, niet alle moslims bezig zijn met jihad en generaliseert dat naar de islam als geheel.
 
Een studie van de plaats van het begrip jihad in de islam zou hem snel tot andere gedachten gebracht hebben. Jihad is een van de meest centrale begrippen in islam. Geweld tegen niet-moslims is in islam voortdurend latent aanwezig. Alleen het feit dat de niet-moslims over betere wapens beschikken, weerhoudt de moslims ervan om hun jihad ook daadwerkelijk in praktijk te brengen. Behalve natuurlijk een kleine groep, die laat zich door niets weerhouden.
 
Deze laatste verklaring – gebaseerd op de opvattingen van moslims - past niet binnen de gelijkheidsillusie en is dus niet interessant voor Krauthammer.
Deze laatste verklaring zou veel te verontrustend zijn, omdat ze een aantal fundamentele veronderstellingen van ons wereldbeeld onderuit haalt.
 
Niet de islam is het probleem. Onze eigen vooroordelen over gelijkheid en universaliteit zijn het probleem, omdat ze niet kloppen met de werkelijkheid en ons dwingen een illusie na te jagen. Dit blijkt uit de benadering van zowel SGP, PVV als islam.
 
Het is niet altijd zo geweest. Tijdens de Anglo-Zulu oorlog (1879) namen de Britten een aantal Zulu’s krijgsgevangenen. Een Britse officier vroeg aan deze gevangenen, waarom de Britten hen eigenlijk niet zouden doden, want de Zulu’s namen zelf ook nooit krijgsgevangenen. Een Zulu gevangene antwoordde hierop, dat er een goede reden voor was, want het was nu eenmaal de gewoonte van de Zulu’s om overwonnen vijanden te doden, terwijl de Britten dat niet deden. Dit beroep op gewoonte was in deze situatie doorslaggevend, maar later in de oorlog veranderden de Britten hun aanpak, omdat ze inzagen dat hun menslievendheid niet beantwoord werd. (L. H. Keeley, War before civilization, 1996, p. 84).
 
Kennelijk stelden de Britten ruim honderd jaar geleden meer vertrouwen in het waarnemen van de werkelijkheid dan het blindelings volgen van doctrines.
 
 
 
 
 
 
Reageren kan op het Pim Fortuyn Forum