advertentie
logo
advertentie
De Leezenberg-theorie onderuit

WIM LOURENS - 28 DECEMBER 2008


'Het stemt tot nadenken dat een man als Jansen zonder blikken of blozen de grootste nonsens over de koran als wetenschappelijke waarheid durft te presenteren;...'

Met deze stevige taal uit filosoof Michiel Leezenberg zijn ergernis over het wetenschappelijk niveau waarop arabist Hans Jansen het onderwerp islam voor het grote publiek toegankelijk maakt. Michiel Leezenberg doet dit in zijn artikel Onwetendheid of oplichterij? Hans Jansen als islamkenner op www.waterlandstichting.nl.

Gekibbel tussen wetenschappers over specialistische blabla? Voor een groot deel zal dat wel, en dat vechten ze onderling maar uit. En dat wetenschappers hoge eisen stellen aan wetenschappelijk werk is vertrouwenwekkend. Prettig dus dat Leezenberg niet makkelijk is. Maar Michiel Leezenberg daagt ook de ondeskundige leek uit zich in het strijdgewoel te mengen door het gehalte van sommige minder hoog gegrepen en diep gravende beweringen van Hans Jansen eens te wegen, hetgeen volgens hem eenvoudig kan door de Koranverzen waarnaar Jansen verwijst erop na te slaan. Leezenberg wil het wetenschappelijk geschil met Jansen door arbitrage beslechten, en de scheidsrechter is de leek. Een uitdaging die ik als arabistisch onbenul, onder het regime van deze zeer behapbare spelregel, vol zelfvertrouwen aanvaard.

Leezenberg wijst dan onder meer op Jansens luchtig informerende boekje Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten. Jansen verklaart de keuze voor zijn titel met de Koranverzen 2:65, 5: 60, 7:166, 8:55 en 74:50, waarin ongelovigen en joden volgens Jansen aldus zoologisch geduid worden. Leezenberg stelt (en wat mij betreft mogelijk terecht, ik ben niet deskundig) dat het hier misgaat. Maar hij stelt meer. Leezenberg stelt ook dat ieder die moeite neemt om de Koranverzen na te lopen, al gauw zal ontdekken dat die de beweringen van Jansen in het geheel niet staven. Leezenberg heeft het niet alleen zelf ontdekt, nee, iedereen die de verzen nagaat zal het ontdekken. Dit laatste is een interessante theorie, omdat zij falsifieerbaar is. Daarmee mag zij, als wij de wetenschapsfilosoof Karl Popper volgen, als wetenschappelijk  worden aangemerkt.  En dat betekent wel wat, want waar het gaat om eisen stellen aan wetenschappelijk werk, was Popper, net als Leezenberg, niet makkelijk. Het klinkt imposant: de Leezenberg-theorie. Doet zich één geval voor dat de theorie weerspreekt, falsifieert dus, dan gaat zij onderuit. Nu, dat geval doet zich voor, en dat geval ben ik. Ik heb de moeite genomen de betreffende Koranverzen na te lopen en ik heb niet ontdekt dat die de beweringen van Jansen in het geheel niet staven. En ik mag zeggen dat het mij als simpele leek met trots vervult wetenschappelijk baanbrekend werk te verrichten door iets niet te ontdekken.

De Koranverzen:

2:65. Gij hebt degenen onder u gekend, die inzake de Sabbath overtraden. Alzo zeiden Wij tot hen: "Weest verachte apen."

5:60 Zeg: "Zal ik u vertellen over degenen wier straf bij Allah erger is dan dit? Dezen zijn het, die Allah heeft vervloekt en over wie Hij Zijn toorn heeft uitgestort en van wie Hij apen, zwijnen en duivelsdienaren heeft gemaakt. Dezen zijn inderdaad in een slechte toestand en ver van het rechte pad afgedwaald."

7:166 En toen zij overtraden, hetgeen hun was verboden, zeiden Wij tot hen: "Weest verachte apen."

8:55 Voorzeker, in de ogen van Allah zijn zij, die (de waarheid) verwerpen erger dan beesten want zij willen niet geloven.

74:50 Als bange ezels,

Het mij door Leezenberg verleende gezag verschaft mij de vermetelheid zelfs nog een stapje verder te wagen en boven de voorspelling van de Leezenberg-theorie uit te gaan. Niet slechts kon ik de gevraagde vaststelling niet doen, maar de tegenovergestelde vaststelling kon ik wél doen. Volgens mij als ondeskundige leek staven deze verzen de bewering van Jansen dat de Koran ongelovigen en joden apen, zwijnen en beesten noemt wél. Alleen het laatste vers over ezels vind ik zwak omdat het om een als-vergelijking kan gaan. Echter, een onvriendelijke bejegening van andersdenkenden blijft het, vind ik. (Maar mogelijk ben ik naast een ondeskundige ook een kleinzerige leek). En een tegenwicht vormt 8:55 waar de Koran Allah andersdenkenden zelfs als erger dan beesten laat aanmerken. Meer nog, een zoektochtje op internet (een activiteit die onderdeel is van de Leezenberg-theorie) bracht mij bij Koran 98:6: 'Voorwaar, de ongelovigen onder de mensen van het Boek en de afgodendienaren zullen in het Vuur der hel geworpen worden, daarin zullen zij verblijven. Zij zijn de slechtste der schepselen.'

Niet slechts erger dan beesten, nee, zelfs de slechtste der schepselen. Hans Jansen heeft het niet overdreven, hij heeft zich een beetje ingehouden.

Naast het poneren en dus in de waagschaal stellen (zoals dat ook hoort in de wetenschap) van zijn theorie is Leezenberg ook zo mededeelzaam om zijn eigen interpretatie van de Koranverzen aan de ondeskundige leek voor te leggen. De leek zal over ook deze interpretatie zijn oordeel mogen geven. Uiteraard met hetzelfde arbitraire gezag, gelijke monniken, gelijke kappen. Ik citeer Leezenberg: ‘Vers 2.65, 5.60 en 7.166 verwijzen naar specifieke ongelovigen die bij een specifieke gelegenheid door God in apen zouden zijn omgetoverd.’

Leezenberg beweert dat het bij ‘weest dan apen’ niet gaat om een bejegening als apen maar om omtoveren tot apen. Deze bewering onderbouwt hij niet. Jammer, maar consequent. Leezenberg verlaat zich op het loutere oordeel van de leek en benadrukt dit in zijn stuk herhaaldelijk. Wat mij betreft dan zijn beide interpretaties mogelijk, maar de lezing van Jansen spreekt mij meer aan. Mocht toch de lezing van Leezenberg de juiste zijn, dan maakt dit de islam er niet vriendelijker op. Wat is immers onaardiger? De andersdenkende voor aap uitschelden of hem daadwerkelijk in een aap veranderen? Al ken ik mensen voor wie ik dit als een weldaad zou beschouwen, maar ook dat zal ik moeten wijten aan mijn vele terreinen bestrijkende ondeskundigheid.

Op alle punten in het stuk van Leezenberg ga ik niet in. De onderdanigheid van Leezenberg heeft mij weliswaar in een roes van overmoed gebracht, maar de bescheidenheid weerhoudt mij er toch van als ondeskundige het geduld van de lezer te zeer op de proef te stellen. Al is de verleiding groot. Leezenberg weet niet van ophouden: ‘Elke lezer, ook een journalist of eerstejaars student, kan nakijken of wat Jansen over de koran beweert wel klopt, simpelweg door de desbetreffende passages erop na te slaan en in hun bredere verband te lezen.’ Vooruit dan, voor zoveel eerbetoon bezwijk ik nog één keer. Ik citeer:

Een nog ernstiger staaltje tekstvervalsing met verregaande gevolgen is Jansens lezing van vers 8.12, ‘hakt dan in op de nekken van de ongelovigen’. Hij schrijft in Zelf koranlezen op p. 184 dat dit vers een receptuur biedt voor het afslachten van godsdienstige tegenstanders. Ook hier wordt echter uit de omringende verzen duidelijk dat het hier geen ‘receptuur’ betreft, maar de beschrijving van een specifieke gebeurtenis, te weten de slag bij Badr (624), waarin God deze oproep bovendien niet aan mensen maar aan engelen deed: onmiddellijk voorafgaand aan de woorden die Jansen aanhaalt staat namelijk: ‘toen uw Heer openbaarde/ aan de engelen’.’

Dat het hier zou gaan om de slag bij Badr en om het jaar 624 beweert Leezenberg wel, maar opnieuw onderbouwt hij het niet. Alweer jammer, maar ook alweer consequent. Als leek moet ik het kunnen zien. Dat is beslissend. Nu, ik zie het niet. Maar ook hier is er iets anders wat ik wel zie. Kernpunt voor Leezenberg in deze verzen is dat het inhakken op de nekken van de andersdenkenden geen opdracht aan mensen is maar aan de engelen. Na lezing van de tekst in een wat breder verband kom ik tot een andere lekenconclusie. Met het wat bredere verband citeer ik de tekst uit Koran 8:

12. Toen uw Heer aan de engelen openbaarde: "Ik ben met u; versterkt de gelovigen. Ik boezem ontzag in de harten der ongelovigen. Slaat daarom hun hoofd af en slaat alle toppen van hun vingers af."  

13. Dit is, omdat zij zich tegen Allah en Zijn boodschapper hebben verzet. En wie tegen Allah en Zijn boodschapper strijdt, (wete) Allah is voorzeker streng in vergelding.  

14. Dat is (uw straf), ondergaat haar daarom en weet dat er voor de ongelovigen de straf van het Vuur is.  

15. O, gij die gelooft, wanneer gij degenen die niet geloven, op u af ziet komen wendt hun dan niet uw rug toe.  

16. En wie op die dag zijn rug toekeert, tenzij hij voor het gevecht manoeuvreert of om plaats te nemen bij een andere groep, doet inderdaad de toorn van Allah over zich komen en de hel zal zijn tehuis zijn en dat is een slechte verblijfplaats.  

17. Gij dooddet hen niet, doch Allah was het, Die hen doodde. En gij wierpt niet toen gij wierpt, maar Allah was het die wierp, opdat Hij de gelovigen een grote gunst van Zich mocht bewijzen. Voorzeker, Allah is Alhorend, Alwetend.

Het laatste vers is cruciaal. Leezenberg brengt een scheiding aan tussen de hemelse en aardse strijd. Niet de mensen, maar de engelen moeten hoofden en vingertoppen afhakken. Echter, vers 17 wijst erop dat de hemels en de aardse strijd  identiek zijn. De tekst legt uit dat het bloedbad dat de moslims aanrichtten een hogere en meer eigenlijke betekenis had: het aardse bloedbad was een stoffelijke manifestatie van de opdracht van Allah aan de engelen. Maar met zijn oneigenlijkheid bleef het wel degelijk een aards bloedbad: ‘…gij wierpt niet toen gij wierpt,…’.

Michiel Leezenberg is een respectvol man. Hij toont veel respect voor de Koran en voor de leek. Over beiden doet hij vergaande, respectvolle uitspraken. Met zijn respect voor mij als leek verleent hij mij het gezag vergaande conclusies over het werk van Hans Jansen te trekken. Mag ik ook een voorzichtige conclusie over het werk Michiel Leezenberg proberen? Mij bekruipt een beetje het gevoel dat Michiel Leezenberg weinig van de Koran begrijpt. Zijn respect voor de Koran is hem gegund, maar lijkt niet te worden gedragen door deskundigheid. Bewijzen kan ik het niet, want ik ben een leek. Wel heb ik kunnen bewijzen dat hij van de leek weinig begrijpt. Maar zijn respect blijft hem ook hier gegund. Ik voel me zeer vereerd.