advertentie
logo
advertentie
“Zoo lang mijn ogen open staan”

LUCAS HARTONG - 16 NOVEMBER 2007


Ter ere van Sietse Fritsma, kamerlid namens de Partij voor de Vrijheid, alsmede voor iedereen die ons land en de vrijheid lief heeft.

Een zeer opmerkelijk feit in ons land: je mag over van alles praten en een mening ventileren, behalve over de toenemende spanning met de islam. Het is een soort taboe dat niet bespreekbaar is. Nog gekker: je mag niet spreken over de Nederlandse identiteit en kernwaarden, die vaak niet blijken te worden gedeeld door moslims. Een waarheid als een koe, maar het is en blijft taboe. Dat ervoer kamerlid Sietse Fritsma gisteren in Den Haag toen hij een motie wilde indienen om de grootschalige immigratiestroom van moslims in te dammen, maar het hem onmogelijk werd gemaakt. Ondanks de duidelijke aantekening dat christenen (en joden, naar ik aanneem) welkom zijn, verzetten de linkse en christelijke partijen zich hevig. Allerlei kamerleden hadden een reden om het democratisch gekozen PVV-fractielid te schofferen, maar CU’er Anker maakte het wel het bontst: hij durfde met droge ogen te beweren dat een dergelijke motie ingaat tegen de grondwet. Ach ja, de grondwet!

 

In het algemeen maatschappelijke verkeer hebben we afgesproken dat liegen niet mag. Dat geldt ook voor politici. Juist voor hen, want zij dienen een voorbeeldfunctie te hebben. Eén van de ergste politieke doodzonden is dat een minister of staatssecretaris de Tweede Kamer verkeerd of helemaal niet voorlicht. Het is namelijk de essentiële taak van de volksvertegenwoordigers om de uitvoerenden te controleren en als de juiste informatie niet op tafel ligt dan valt er moeilijk iets te controleren. Gisteren is door kamerlid Verdonk aangetoond dat staatssecretaris Albayrak (en minister Vogelaar, for the record!) gelogen heeft. Zij had de kamer namelijk laten weten dat het aantal asielzoekers sterk afneemt, maar uit cijfers van het CBS en de IND blijkt juist het tegenovergestelde (aldus Elsevier). Dezelfde personen die zo verongelijkt reageren op kamerlid Fritsma zwijgen opmerkelijk luid bij de constatering van dat feit. Over selectieve, ‘grondwettelijke’ verontwaardiging gesproken!

 

Overigens vond er een vreemd parlementaire unicum plaats. Voor het indienen van een motie zijn vijf leden nodig die hun handen opsteken ter ondersteuning. Die handen waren reeds door de griffie geteld en de ingediende motie had een nummer gekregen. Toen daarop commotie ontstond, werd het Fritsma onmogelijk gemaakt zijn motie in te dienen, maar dat was niet volgens de parlementaire regels. De griffie van de Tweede Kamer wist niet meer wat te doen, want de motie bestond formeel al. Minister Hirsch Ballin van Justitie, voor wie de motie bedoeld was, wilde vervolgens niet inhoudelijk reageren op een motie die officieel niet was ingediend, maar dat blijkt dus onjuist te zijn. Alweer: over handelen gesproken, dat ingaat tegen de grondwet!

Diezelfde minister ‘heeft er geen behoefte aan’ om criminelen harder aan te pakken en plannen om de immigratie terug te dringen vinden evenmin gehoor. Albayrak toeterde haar partijtje mee door op geen enkele manier gezinshereniging van kansloze immigranten te verbieden en zo trad het kabinet weer eensgezind naar buiten toe. Alleen jammer dat dit kabinet op geen enkele wijze meer voeling heeft met de burgers van ons land. De honderd dagen rondtoeren op kosten van diezelfde burger hebben bitter weinig opgeleverd. Men heeft kennelijk niet geluisterd en is evenmin van plan dat te gaan doen.

 

Nog veel ernstiger is, dat dit kabinet kennelijk verwacht dat de problemen met de immigratie en islam zich vanzelf oplossen door er gewoonweg niet over te praten. Men verwacht dat gelijke (grond!)rechten zullen leiden tot een zelfde loyaliteit tegenover Nederland en haar rechtsstaat als de autochtone burgers aan de dag leggen. Verschillen in cultuur en geloof worden daarbij als irrelevant beschouwd, ‘want we zijn toch allemaal gelijk’. Een cruciale denkfout. Immigratie levert namelijk alleen een positieve bijdrage aan de maatschappij als de immigranten integreren en daar schort het juist volledig aan. Voor een geslaagd maatschappelijk leven in harmonie is een consensus nodig betreffende de basiswaarden die men wenst uit te leven.

De Nederlandse bevolking heeft gedurende de laatste eeuwen betoond open te staan voor allerlei culturen en haar goede wil getoond om andere culturen en geloven te ontvangen in haar midden. Die openheid en welwillendheid zijn echter misbruikt door met name islamieten. Zij legden niet de wil aan de dag om open te staan voor de wijze waarop Nederland haar maatschappij vorm wenst te geven. Sterker nog: men eist dat Nederland zich aan moet passen aan de islam. Bij ons betekent vrijheid van godsdienst dat je vrij bent je eigen geloof te kiezen; in de islam betekent het dat er geen kritiek geuit mag worden. De islam is zo fundamenteel wezensvreemd aan onze normen en waarden, dat de PVV groot gelijk heeft om een moslim-immigratiestop te bepleiten.

 

Denemarken is één van de Europese landen met een zeer restrictief toelatingsbeleid en het doet het land zeer goed. Karen Jespersen, voormalig socialistisch minister in dat land, stapte onlangs over naar de liberale partij omdat haar ogen open gingen op het gebied van multiculturele prietpraat. Zij schrijft in het boek Islamisten en naïvisten: “Als we nooit iemand mogen beledigen, als we nooit iets mogen uiten waarvan iemand kan beweren dat hij zich erdoor gekwetst voelt, dan is de vrijheid van meningsuiting gewoonweg dood. Dan kan elke kritische en controversiële uiting in de kiem gesmoord worden door iedereen die zich erdoor gekwetst voelt.” (1)

Dat is gisteren precies in de Tweede Kamer gebeurd. Fritsma is de ‘constitutionele’ verliezer van het debat, maar de absolute morele winnaar. Helaas telt moraal niet mee en het brengt opnieuw ernstige schade toe aan de betrouwbaarheid en houdbaarheid van ons politiek-maatschappelijke stelsel. In navolging van Michiel Adriaanszoon de Ruyter zucht een groot deel van de bevolking: “Indien het hier in 't vaderland zoo gelegen is, dat men de waarheid niet mag spreken, zoo ist ellendig gesteld. Nochtans zal ik die spreken, zoo lang mijn ogen open staan"

 

(1) K. Jespersen en R. Pittelkow - Islamisten en naïvisten (2007, Nieuw Amsterdam).