Wat 9/11 voor ons betekent
MARK BOGAERS - 11 SEPTEMBER 2007Vandaag herdenkt de wereld de terroristische aanslagen van 11 september 2001, waarbij drieduizend Amerikanen het leven lieten. In Nederland ging "9/11" gepaard met de opkomst van een politieke ontwikkeling die Den Haag op zijn grondvesten deed schudden. Hoewel ook in de Verenigde Staten de publieke belangstelling voor de herdenkingsbijeenkomsten op 11 september afneemt, blijft het een dag die de geschiedenisboeken zal ingaan als de dag waarop de geschiedenis opnieuw begon. In hun overwinningsroes ontwaarden idealisten in het Westen na het einde van de Koude Oorlog het begin van een tijdperk waarin de liberale democratie wereldwijd wortel zou schieten en oorlog derhalve tot het verleden zou behoren. Democratieën voeren onderling immers geen oorlog, was de gedachte. Dat laatste geloof ik wel, maar aan de illusie van universele intermenselijke broederschap heeft 9/11 abrupt een einde gemaakt. Samuel Huntingtons Clash-of-Civilizations-theorie klopt in zoverre dat ze stelt dat "people define themselves by what they are not." Jihadisten haten ons niet omdat wij Israël steunen en troepen in Saoedi-Arabië hebben (gehad). Ze haten ons omdat we westers zijn en zij zichzelf in alle opzichten van ons onderscheiden. Hun islamitische traditie verwerpt ons individualisme, secularisme, kapitalisme, liberalisme, en de talloze andere vruchten die onze joods-christelijke en klassieke tradities hebben voortgebracht. Het multiculturalisme heeft gefaald. Het mag een ironie van de geschiedenis heten dat juist dit multiculturalisme er tevens voor heeft gezorgd dat het Westen het conflict met de islam heeft geïmporteerd naar zijn eigen grondgebied. Hoezeer de critici er ook van mogen worden beticht dat zij generaliseren, als halve stadswijken lak hebben aan hoe ons land werkt, uit arrogantie weigeren de taal te leren, hun kinderen terreur laten zaaien, zich afhankelijk opstellen van de staat om hun bestaan te financieren, en in naam van een religie vrouwen en homosexuelen onderdrukken, is het geen racisme om zich daarover uit te spreken. Een bevolkingsgroep die in alle negatieve statistieken oververtegenwoordigd is, vormt een probleem. Het antwoord op dat probleem is het keihard aanpakken van de rotte appels en tegelijkertijd goed gedrag belonen. Totdat daarbij aanwijsbaar positieve resultaten zijn geboekt, lijkt het mij niet meer dan logisch dat we de aanvoer van nieuwe appels staken. Het zijn de multiculturalisten onder ons die deze realiteit niet onder ogen durven komen. Opgeleid in de jaren zestig, hebben de babyboomers zich een wereldbeeld gevormd dat de mens heeft teruggebracht tot een antropologisch wezen, een dier dat doelloos rondloopt op deze aarde en geen intellectuele wortels koestert. Alle dieren van één soort zijn gelijk. Er is geen reden waarom het ene zich verheven zou mogen voelen boven het andere, en een dier uit Europa is volledig inwisselbaar voor een gelijksoortig dier uit Afrika. Het is een wereldbeeld dat regelrecht afstamt van het gedachtegoed van Thomas Hobbes, die enkel het slechte in de mens zag en meende dat de juiste instituties, niet goed menselijk gedrag, een vredige samenleving zouden bewerkstelligen. Het behoeft geen nader betoog dat Hobbes toestond dat de mens zijn lat lager legde; waarom het goede doen als je weet dat al het menselijk gedrag uiteindelijk toch voortkomt uit eigenbelang? Bovendien leidt deze redenering tot cultureel relativisme, waarbij de islam just another religion is gelijk aan het christendom. Indien dergelijke logica juist is, zouden de problemen die de minderheden in Nederland hebben worden veroorzaakt door armoede en sociale uitsluiting. Dan dringt zich echter de vraag op waarom autochtonen uit dezelfde inkomensgroep beduidend minder vertegenwoordigd zijn in de negatieve statistieken, en waarom vooral beter opgeleiden als Mohammed Bouyeri en de vier daders van de aanslagen in Londen radicaliseren. Het probleem is niet sociaal-economisch, het is cultureel. Maar net als bij internationale verhoudingen tussen mensen geldt voor de multiculturalisten: als iedereen gelijk is en ideeën geen rol spelen, kunnen mensen alleen maar arm zijn omdat anderen hen onrechtvaardig behandelen. De kinderen van de babyboomers -- de hippe stadsmensen met Ché-Guevara-shirts, een bakfiets en een baan voor dertig uur in de week -- tonen zich vandaag de dag waardige opvolgers van hun ouders. Zij bezoeken de Turkse groenteboer voor een bakje heerlijke olijven en een blokje fetakaas, en denken op weg terug naar huis: "Wat een verrijking voor onze cultuur, die mensen!" Omdat het kinderloze leven ook met een deeltijdbaan niet duur is, wonen ze in een wijk waar weinig minderheden wonen en lopen ze niet tegen de problemen aan die veel anderen het leven zuur maken. Het nageslacht van 1968 is doorgedrongen tot in de hoogste rangen van politiek en media. Van Joep Dohmen tot Giel Beelen, van Jeroen Pauw tot Femke Halsema en van Diederik Samsom tot Thom Hoffman, het zijn allen morele masturbators, die in veel gevallen maar niet kunnen accepteren dat kritiek op het gedrag van een groot deel van een bevolkingsgroep niet gelijkstaat aan fascisme. Aangezien zij er persoonlijk belang bij hebben om de status quo te behouden, blijven zij de stortvloed aan kritiek van rechtse politici, schrijvers en bloggers pareren door middel van demonisering. De linksliberale elite weet beter wat goed is voor u dan uzelf. Niettemin zijn er flinke barsten verschenen in de muren van dit heilige huisje. Hoewel het nog altijd overeind staat, heeft het in het nieuwe millennium flink wat te verduren gekregen. Op 11 september 2001 werd de grote massa duidelijk gemaakt dat multiculturalisme niet het antwoord is op intermenselijke conflicten. Dat is het grote belang van deze historische gebeurtenis. Sinds 2001 richtte een aantal heldhaftige mensen zijn vizier op de grote problemen die deze wensdenkerij in Nederland heeft veroorzaakt. Dat één van hen dat met de dood moest bekopen tijdens wat onze eigen "9/11" mag worden genoemd, heeft ons land alleen maar verder wakkergeschud. Eén ding is zeker: het heilige huisje gaat neer, vroeger of later. |
|


