Waarom zijn moslims zo boos?
MARK BOGAERS - 12 MAART 2007
Volgens sommigen omdat wij decadent en vulgair gedrag vertonen. Als wij ons maar christelijk zouden gedragen, zouden ze vanzelf stoppen met hun gewelddadigheden.
Ik las onlangs een vernietigende
recensie van Dinesh D'Souza's nieuwste boek
The Enemy At Home: The Cultural Left And Its Responsibility For 9/11, geschreven door Bruce Bawer, auteur van het roemruchte
While Europe Slept. Het schrijnende contrast tussen deze twee, beiden fervent voorvechters van het vrije Westen en bestrijders van hetzelfde linkse cultuurrelativisme, zette me aan het denken.
De these van het boek van D'Souza is dat "the cultural left" in de Verenigde Staten indirect verantwoordelijk is voor de terroristische aanslagen van 11 september 2001, omdat het schuld heeft aan de verloedering van de Amerikaanse populaire cultuur, die met al zijn morele en sexuele platvloersheid werkt als een rode doek voor vrome moslims wereldwijd. Christelijk-rechts in de Verenigde staten zou zich moeten realiseren dat traditionele islamitische waarden sterk lijken op die van zichzelf. "Outsiders and Muslims are equally struck by the degree to which Western culture has penetrated the Islamic world," meent D'Souza. Daarbij gaat het uiteraard niet om de werken van Immanuel Kant en Wolfgang Amadeus Mozart: de linkse kerk, schrijft D'Souza, "is promoting a parochial Western agenda that is morally repulsive to ... most of the world." De conventionele linkse uitleg van '9/11', die de Amerikaanse aanwezigheid in het Midden-Oosten en steun aan Israël als boosdoeners ziet, verwerpt hij dan ook.
Bawer veegt de vloer aan met D'Souza's betoog: "Let it be recalled that D'Souza is referring here to a 'traditional society' in which girls of 13 or 14 are routinely forced to marry their cousins, and in which the groom, if his conjugal attentions are resisted on the wedding night, is encouraged by his new in-laws to take his bride by force. Such are the sensitivities that, D'Souza laments, are so deeply offended by the American left, which 'would like to have Mapplethorpe's photographs and Brokeback Mountain seen in every country… the left wants America to be a shining beacon of golden depravity, a kind of Gomorrah on a Hill.'" Dinesh D'Souza, besluit Bawer, "
is the enemy at home. Treason is the only word for it."
Toch is D'Souza niet de enige conservatief die meent een verband waar te nemen tussen cultureel verval binnenshuis en de bedreigingen die ons ten deel vallen. Theodore Dalrymple
schreef naar aanleiding van de zelfmoordaanslagen in Londen op 7 juli 2005: "Young Muslim men in Britain—as in France and elsewhere in the West—have a problem of personal, cultural, and national identity. ... Their tastes are for the most part those of non-Muslim lower-class young men. They dress indistinguishably from their white and black contemporaries, and affect the same hairstyles and mannerisms, including the vulpine lope of the slums. ... Many young Muslims, unlike the sons of Hindus and Sikhs who immigrated into Britain at the same time as their parents, take drugs, including heroin. They drink, indulge in casual sex, and make nightclubs the focus of their lives. Work and careers are at best a painful necessity, a slow and inferior means of obtaining the money for their distractions." Pas later zien deze mensen in dat deze levensstijl hun tradities bedreigt, waarna zij een verkrampte poging ondernemen deze te revitaliseren. Maar daarover zometeen meer.
Op het eerste gezicht lijkt zowel Dinesh D'Souza als Theodore Dalrymple ons te voorzien van de opzienbarende conclusie dat de culturele teloorgang van het Westen de toorn van moslims in de moslimwereld én in Europa over zich afroept. Volgens deze visie heeft de maatschappelijke revolutie van de jaren zestig ertoe geleid dat het Westen zijn morele superioriteit verloren heeft en krijgt het nu -- via bovenbeschreven omweg -- een koekje van eigen deeg. Waar Bruce Bawer zich beperkt tot kritiek op het cultuurrelativisme en multiculturalisme die de linkse profeten propageren, trekken deze twee heren van leer tegen de vulgaire massacultuur die onze contreien gedurende de twintigste eeuw heeft overspoeld.
Maar eigenlijk is de reactionaire reflex van Dalrymple zo sterk helemaal niet. Hij ageert hoofdzakelijk tegen fenomenen die een ieder met een gezond verstand zou verwerpen maar net als vele westerlingen stilzwijgend toelaat: zaken als asocialiteit, drugsgebruik, rellen rondom voetbalwedstrijden, tatoeages, de teloorgang van het gezin en een slechte werkethiek. Jonge moslims bezondigen zich evengoed aan deze manifestaties van verloedering, maar het verschil met de autochtone onderklasse, meent Dalrymple, is het gebrek aan vrouwelijke deelname aan een dergelijke levensstijl. Hoewel jonge moslimmannen aan autochtone dames refereren als "white sluts" waarop zij zonder problemen hun sexuele frustraties botvieren, weten zij tevens hun traditionele dominantie over hun eigen moeders, dochters en zusters in stand te houden. Terwijl ze thuis de touwtjes stevig in handen hebben, kunnen ze buitenshuis het decadente westerse leven volledig omarmen.
Deze status quo is niettemin fragiel: "it is an all or nothing phenomenon, and every breach must meet swift punishment. ... [Young] Muslim males have a strong motive for maintaining an identity apart. And since people rarely like to admit low motives for their behavior, such as the wish to maintain a self-gratifying dominance, these young Muslims need a more elevated justification for their conduct toward women. They find it, of course, in a residual Islam: not the Islam of onerous duties, rituals, and prohibitions, which interferes so insistently in day-to-day life, but in an Islam of residual feeling, which allows them a sense of moral superiority to everything around them, including women, without in any way cramping their style."
Deze toevoeging is een relevante. Kennelijk is de verontwaardiging van de moslims over de westerse massacultuur niet gedreven door dermate verlichte motieven als Dinesh D'Souza ons wil doen geloven. Want geldt wat Dalrymple schrijft over moslims in Groot-Brittannië niet ook voor Saoedi-Arabië, waar de man met onderdrukking en geweld zijn dominantie over de vrouw poogt te consolideren? En wanneer wij onze films, boeken en tv-series overal ter wereld aan moslims weten te verkopen, bewijst dat dan niet het morele failliet van de islamitische beschaving? Uiteindelijk exporteren wij onze cultuur niet met geweld, maar beantwoorden wij aan de vraag vanuit de moslimwereld. Zij nemen aspecten van onze populaire cultuur uit vrije wil over. Men kan zich dan ook afvragen voor wie die cultuur als rode lap werkt: voor de menigte, of voor de gevestigde geestelijke en politieke machtshebbers? Het "morele verval", geïnjecteerd vanuit het Westen, wordt hoofdzakelijk bestreden door degenen die iets te verliezen hebben bij de maatschappelijke veranderingen die de injectie teweeg brengt.
Het roept de vervolgvraag op in hoeverre wij de rode lap kunnen onttrekken aan het oog van de stier, en in hoeverre de razernij van de stier als gevolg van ons gedrag enig begrip verdient en niet zou moeten worden beantwoord met een enkele, dodelijke uithaal van het zwaard. Dinesh D'Souza ageert tegen Hollywoodfabrikaten als Will and Grace en Brokeback Mountain. Vermoedelijk ergert hij zich aan een dergelijke romantisering van homosexualiteit, alsof homosexuelen een product zijn van de jaren zestig en niet van de menselijke biologie.
Sommige aspecten van de emancipatie van homosexuelen verdienen absoluut de toorn van de publieke opinie waar ook ter wereld. Denk bijvoorbeeld aan de Gay Pride in Amsterdam, die geen westerse verworvenheid is maar een exercitie in beschamend vulgair gedrag. De werkelijke verworvenheid is het recht voor een ieder om zich naar eigen voorkeur sexueel te kunnen ontplooien. Hoe de moslimlanden op deze aardbol een hele bevolkingsgroep in de kast trachten te houden -- publieke steniging en ophanging zijn daarbij niet te schuwen methoden -- is een bewijs voor de morele inferioriteit van de beschaving waarvan zij deel uitmaken. Tussen de homo-emancipatie an sich en een exces als de Gay Pride bestaat nog een breed spectrum, waarop Will and Grace volgens mij een betrekkelijk onschuldige plek inneemt.
D'Souza bagatelliseert bovendien de complexe wortels van het islamofascisme. Was het niet Sayyid Qutb -- nog immer wereldwijd inspirator voor de radicale islam -- die in de jaren veertig (!) in de Verenigde Staten studeerde en onder andere op deze ervaring zijn verwerping van westerse idealen stoelde? In deze periode, werpt Bawer terecht tegen, "the highlights of America's decadent pop culture included the movie Easter Parade and Dinah Shore's recording of "Buttons and Bows.'" Een kerkdansfeest in Greeley, Colorado was hetgeen waaraan Qutb specifiek aanstoot nam, schrijft D'Souza zelf. De decadentie druipt er inderdaad vanaf!
Sayyid Qutb ageerde tegen het westerse individualisme, typeerde secularisme als "de grote schizofrenie van de moderne tijd", en waarschuwde expliciet tegen de passages in de Koran waarin moslims werd verteld de joden te vergeven voor hun zonden. Antisemitisme was voor hem geen politiek fenomeen, maar een religieus: reeds sinds de eerste dagen van de islam waren de moslims al in een oorlog verwikkeld met de joden. Genade verlenen aan de jood was dan ook de grootste vergissing die de moslim kon begaan.
Dit is het soort figuren dat wij zouden moeten accommoderen in onze oorlog tegen het terrorisme. In plaats van dat wij hen confronteren met hun eigen hypocrisie -- onze cultuur is immoreel en decadent, maar het discrimineren, kleineren en vermoorden van vrouwen, homo's en joden verdient een pluim, om over de slachtpartijen in Irak en Darfur nog maar te zwijgen -- moeten wij ons in rare bochten wringen om onze islamitische medemens overal ter wereld maar niet voor het hoofd te stoten. Het is niets minder dan appeasement. En hoe verder we toegeven, hoe groter de eisen worden. Vandaag werd bekend dat Duitsland en Oostenrijk worden gechanteerd door onze moreel verlichte vrienden. Duitsland, dat zich met kracht verzette tegen de Amerikaanse inval in Irak. En Oostenrijk, dat een niet te geringschatten aantal van vijf officieren in Afghanistan heeft gestationeerd.
D'Souza heeft gelijk in zijn opvatting dat de sexuele en maatschappelijke revolutie van de jaren zestig op sommige vlakken ver is doorgeschoten. Hij had zijn energie niettemin beter kunnen aanwenden om de linksliberale krachten te bestrijden die daaraan ten grondslag liggen. Nihilisme, normrelativisme en cultuurrelativisme zijn de fenomenen die verwerpelijke manifestaties als de Gay Pride tot de normaalste zaak van de wereld hebben gemaakt én tegelijkertijd onze verzetsloze acceptatie van een opdringende islam faciliteren. D'Souza had dus twee vliegen in één klap kunnen vangen door het probleem bij de bron aan te pakken.
"The cultural left" heeft eigenhandig onze ruggengraat weggenomen in de strijd tegen het islamofascisme. Daar ligt het échte verraad. De culturele misstanden die Dalrymple telkens maar weer aan de kaak blijft stellen in zijn fascinerende stukken zijn aan dezelfde ontwikkeling in het Westen ontsproten als ons zwakke antwoord op het moslimterrorisme, maar daarom niet de kern van het probleem zoals beschreven door D'Souza. Bruce Bawer heeft het dus bij het rechte eind: aan deze mensen moeten we geen duimbreed toegeven.
Mark Bogaers
Meer info over
de feestjes in Colorado, waar Qutb zich zo aan stoorde ....