Complotten deel 2: Kennedy
JAAP DE WREEDE - 25 MEI 2005De Sowjets zagen hun kans schoon: de aanstichters van de moord op Kennedy waren rechtse oliemagnaten. Illustratie: Fokje Schaapman Op 22 november 1963 maken geweerschoten een einde aan het leven van de Amerikaanse president, John F. Kennedy. Nog dezelfde dag wordt Lee Harvey Oswald gearresteerd. De verdachte is een schimmige figuur die ooit is overgelopen naar de Sovjetunie. Ondanks de communistische achtergrond van de hoofdverdachte, ruiken de Sovjets hun kans schoon. Ze timmeren een complottheorie in elkaar die hun belangen dient: de moord op president Kennedy als rechtse samenzwering. Fascinerend In een intern KGB-document heet het dat ‘de echte aanstichters van deze criminele daad drie vooraanstaande oliemagnaten uit het zuiden van de Verenigde Staten’ waren, ‘te weten Richardson, Murchison en Hunt. Ze zijn alle drie eigenaar van grote aardoliereserves in de zuidelijke staten en hebben al lange tijd betrekkingen met pro-fascistische en racistische organisaties in het zuiden.’ Bewijzen voor deze stelling zijn nooit gevonden. Dat was ook niet nodig. De communisten wisten het publiek in hun greep te houden door steeds nieuwe, fascinerende elementen aan de samenzwering toe te voegen. Al vóór het Amerikaanse onderzoek naar de moord is afgerond, komen de communisten met een weerwoord. Hiervoor gebruiken ze de Amerikaanse uitgever Carl Aldo Marzani, die op de loonlijst van de KGB staat. Zijn Liberty Book Club publiceert pro-Russische propaganda. In 1964 publiceert Marzani het allereerste boek over de moord op Kennedy, Oswald: Assassin or Fall-Guy?. Schrijver Joachim Joesten volgt hierin de lijn van Moskou: de moord als gevolg van een samenzwering van rechtse racisten, van wie de voornaamste de oliemagnaat Hunt is. Oswald wordt een ‘agent-provocateur van de FBI met een CIA-achtergrond’ genoemd. Ondertussen komt de Amerikaanse overheid na zeer uitgebreid onderzoek tot de conclusie dat Oswald, die inmiddels ook is vermoord, alleen handelde. Lee Harvey Oswald Russische ‘journalisten’ De New Yorkse advocaat Mark Lane wordt ook beïnvloed door de KGB. Hij krijgt 1500 dollar toegestuurd om zijn onderzoek naar de moord op Kennedy te helpen financieren. Ook wordt hij in zijn onderzoek aangemoedigd door Russische ‘journalisten’ (lees: geheim agenten). Het is dan ook niet verrassend dat Lane in zijn boek uit 1966 tot de conclusie komt dat hoge regeringskringen medeplichtig zijn aan de moord op Kennedy. De strapatsen van officier van justitie Jim Garrison, die de moordzaak in 1967 heropent, kunnen ook worden gezien als een Sovjetsucces. Garrison arresteert zakenman Clay Shaw op verdenking van medeplichtigheid aan de moord op de president. De aanklager baseert zijn beschuldiging op artikelen in de Italiaanse krant Paese Sera, die eigendom is van de Communistische Partij van Italië. Volgens dit blad zou Shaws bedrijf een dekmantel zijn om CIA- en FBI-fondsen door te sluizen voor illegale doeleinden, zoals hulp aan extreem-rechts in Europa. Willem Oltmans Op 21 februari 1968 is Garrison te gast op de Nederlandse tv. Van interviewer Willem Oltmans krijgt hij alle ruimte zijn theorie uiteen te zetten. Garrison:‘President Kennedy is door leden van de CIA gedood (...) Ik ben mij er terdege van bewust dat wat ik hier zeg herinneringen oproept aan het Duitsland van Adolf Hitler (...) Het fascisme heeft gestalte gekregen in de activiteiten van de CIA (...) De machten achter de moord op Kennedy, die opereren met het gemak waarmee men een vlieg dood slaat, zijn nog altijd actief en allerminst ongevaarlijk (...) De CIA heeft in de loop der jaren speciale technieken ontwikkeld om, zonder enig spoor achter te laten, moorden te kunnen plegen (...)’Ook blijkt Garrison zich te distantiëren van de strijd tegen het communisme: ‘De propaganda vanuit Washington gaat voort met te hameren op deze heilige oorlog tegen het communisme in alle hoeken en gaten van de wereld (...) Het grote gevaar bestaat hierin dat de regering danst naar de pijpen van hetgeen de fascistische invloeden die haar omringen, willen dat zij doet (....)Volgens Garrison (zie foto) weet president Johnson ‘abolsuut zeker’ dat de CIA Kennedy heeft laten vermoorden. De NTS zendt het interview van veertig minuten onverkort uit, voor en na het Journaal. Vliegende schotels Maar voor de rechter kan Garrison zijn zaak niet hard maken. Clay Shaw is onschuldig, oordeelt de jury. Een civiele rechter concludeert dat Garrison nooit enige ‘feitelijke basis [had] voor het ondervragen van Shaw in verband met de moord’. Ook merkt hij op dat Garrison kennelijk drugs en hypnose gebruikte om een getuige te beïnvloeden. Zijn behandeling van Shaw was ‘ongekend en onvergeeflijk’. Na het Garrison-debâcle – en bij gebrek aan bewijzen voor hun complottheorie – besluit de KGB zelf bewijsmateriaal in elkaar te knutselen. De dienst fabriceert een brief van Oswald aan ex-CIA-agent E. Howard Hunt (niet te verwarren met de olieboer), waarin hij deze om instructies vraagt. In augustus 1975 krijgt een amateuronderzoeker de brief toegestuurd. Het verhaal wordt opgepikt door de lokale pers in Dallas en vervolgens overgenomen in de bestseller Crossfire. The Plot That Killed Kennedy (1989). Dat boek is geschreven door de Texaan Jim Marrs, die ook ‘onderzoek’ doet naar vliegende schotels. Tegenwoordig is de brief op internet te bekijken. En hier. JFK Officier van justitie Garrison laat zich ondertussen niet uit het veld slaan en zet zijn avonturen op schrift. Een ontmoeting op het communistische eiland Cuba leidt tot de vogende etappe in zijn loopbaan. In 1988 loopt de Amerikaanse filmmaker Oliver Stone tijdens het internationale filmfestival in Havana de uitgeefster van Garrisons boek tegen het lijf. Zij drukt Stone het werkje van Garrison in handen. Stone leest het boek van begin tot eind en niet veel later koopt hij de filmrechten. Dat leidt tot de even klassieke als leugenachtige rolprent JFK (1991), waarin Willem Oltmans een bijrolletje speelt. Deze Nederlandse journalist, die vorig jaar is overleden, heeft vanaf de jaren zeventig verder geborduurd op de theorieën van Joesten, Lane en Garrison. Oltmans had goede contacten met Sovjetrussen, onder wie agenten die spionageactiviteiten verrichtten. Volgende week: Willem Oltmans en het Kennedy-complot Jaap de Wreede is onderzoeksjournalist. Hij schreef onder meer voor NRC Handelsblad, Skrien en Klokkenluider Online. Hij is medeoprichter van Platform De Krijger, een denktank die de Westerse cultuur als fundament neemt. |
|



Lee Harvey Oswald Russische ‘journalisten’ De New Yorkse advocaat Mark Lane wordt ook beïnvloed door de KGB. Hij krijgt 1500 dollar toegestuurd om zijn onderzoek naar de moord op Kennedy te helpen financieren. Ook wordt hij in zijn onderzoek aangemoedigd door Russische ‘journalisten’ (lees: geheim agenten). Het is dan ook niet verrassend dat Lane in zijn boek uit 1966 tot de conclusie komt dat hoge regeringskringen medeplichtig zijn aan de moord op Kennedy. De strapatsen van officier van justitie Jim Garrison, die de moordzaak in 1967 heropent, kunnen ook worden gezien als een Sovjetsucces. Garrison arresteert zakenman Clay Shaw op verdenking van medeplichtigheid aan de moord op de president. De aanklager baseert zijn beschuldiging op artikelen in de Italiaanse krant Paese Sera, die eigendom is van de Communistische Partij van Italië. Volgens dit blad zou Shaws bedrijf een dekmantel zijn om CIA- en FBI-fondsen door te sluizen voor illegale doeleinden, zoals hulp aan extreem-rechts in Europa. Willem Oltmans Op 21 februari 1968 is Garrison te gast op de Nederlandse tv. Van interviewer Willem Oltmans krijgt hij alle ruimte zijn theorie uiteen te zetten. Garrison:
Vliegende schotels Maar voor de rechter kan Garrison zijn zaak niet hard maken. Clay Shaw is onschuldig, oordeelt de jury. Een civiele rechter concludeert dat Garrison nooit enige ‘feitelijke basis [had] voor het ondervragen van Shaw in verband met de moord’. Ook merkt hij op dat Garrison kennelijk drugs en hypnose gebruikte om een getuige te beïnvloeden. Zijn behandeling van Shaw was ‘ongekend en onvergeeflijk’. Na het Garrison-debâcle – en bij gebrek aan bewijzen voor hun complottheorie – besluit de KGB zelf bewijsmateriaal in elkaar te knutselen. De dienst fabriceert een brief van Oswald aan ex-CIA-agent E. Howard Hunt (niet te verwarren met de olieboer), waarin hij deze om instructies vraagt. In augustus 1975 krijgt een amateuronderzoeker de brief toegestuurd. Het verhaal wordt opgepikt door de lokale pers in Dallas en vervolgens overgenomen in de bestseller Crossfire. The Plot That Killed Kennedy (1989). Dat boek is geschreven door de Texaan Jim Marrs, die ook ‘onderzoek’ doet naar vliegende schotels. Tegenwoordig is de brief